Foto






Over schrijven


Over Schrijven

Ik ben geen schrijver met een grote S omdat het geen literatuur is wat ik produceer, dat wil zeggen, dat schijnt het niet te zijn. In het verleden heb ik daar nog wel eens een tandje over geknarst maar dat heb ik achter me gelaten. Als lezer vind ik de meeste literaire boeken nogal saai en vaak blijven hangen in mooischrijverij, wat ongetwijfeld bewijst dat ik als schrijver mezelf niet tot het gilde der literatoren mag rekenen. So be it. Ik heb besloten dat ik een ambachtsman ben en geen kunstenaar. Als we het dan toch moeten definiëren.

Toch is het geen maatwerk wat ik maak. Het is niet: u vraagt en wij draaien. Bijna alles dat ik geschreven heb, is gefundeerd in een psychologisch motief. Het zijn bijna altijd zedenschetsen die ik maak - of het nou toneelstukken, televisieseries of boeken zijn - en de ingewikkelde relatie met een erotische moederfiguur is bijna altijd het thema. Het zijn altijd sterke vrouwen die ik schep, overwinnaars, slimmerds, verrukkelijke egoïstische wezens, en het leidt weinig twijfel dat de herkomst daarvoor in mijn jeugd te vinden is. Simpel gezegd: ik denk dat ik mijn leven lang mijn treurende moeder gelukkig wil maken, terwijl ik haar tegelijkertijd verwijt dat ik die last op mijn schouders heb gekregen. Dat is mijn motief en daar gaat het allemaal over. Ik beschrijf steeds opnieuw de vrouw die ik wou dat ze was: sterk, sensueel en gelukkig. Mijn vrouwen zijn superieur, mijn mannen lulletjes en watjes.

De kans is groot dat dat zelfs de reden is dat ik bij het lichte genre ben uitgekomen. Een situatie waarbij een vrouw een man een pak op zijn sodemieter geeft valt onder de komedie, andersom is het tragedie. Dat is al zo sinds de middeleeuwen.
Ook aan komedie ligt echter altijd een of ander psychologische, religieuze of emotionele gedachte ten grondslag. Gek genoeg zou je kunnen zeggen: het gaat eigenlijk altijd over de dood. Het gaat altijd over angsten, verlangens, behoeftes, noem maar op en die zijn er omdat we ons realiseren dat het leven eindig is.
Met steeds bijna hetzelfde verhaaltje, een variatie op mijn thema, en vaak ongeveer dezelfde personages - zwakke mannen en sterke vrouwen - kruip ik met elke poging tot het ultieme kunstwerk een paar millimeter dichter naar de kern, naar de bodem van mijn gevoel, van mijn verlangen, van mijn frustratie. En er is geen grens aan de mate waarin je dichter bij jezelf kan komen, heb ik eens ergens gelezen. Als dat waar is, droogt de bron dus nooit op.

Binnen het gegeven van mijn eigen thema heb ik de plicht, vind ik zelf, de lezer, kijker of toeschouwer te amuseren. Voor mij heeft schrijven een sterk therapeutische werking, wie consumeert wat ik produceer mag daar echter - tenzij dat iets voor hem of haar oplevert - niet mee worden lastig gevallen. Alle kunst is amusement en die van mij zeker.

Is het amuseren echter weer doel op zichzelf, dan mist het spanning en lukt het niet. Nog regelmatig probeer ik iets te maken dat alleen maar leuk is en nergens over gaat en dat mislukt doorgaans. Zonder fundering bouw je geen huis.
Wat ik maar wil zeggen is dat schrijven een persoonlijk én een ambachtelijk iets is. Het moet het innerlijk van de schrijver laten zien, in welke vorm van ook, en tegelijkertijd een functioneel bouwwerk zijn. Voor dat laatste zijn wetten en regels die van het grootste belang zijn, maar wie die alleen maar braaf volgt is een dramaturg en geen schrijver. De laatste werkt met hart en hoofd tegelijk, anders wordt het of chaos of bloedeloos.

Destijds wilde ik graag acteur worden, nu ben ik blij dat het anders is gelopen. Er is geen beroep waarmee je zo vrij en onafhankelijk kunt zijn als het mijne en waarvan je dan ook nog zo intens kan genieten. Ik geloof totaal niet in het writer's block of in de lijdensweg die schrijven volgens sommigen zou zijn, integendeel, het is een louterende en bewustmakende bezigheid die de dag reliëf geeft en de geest scherpt. Het enige wat je daar voor moet doen is luisteren naar de impulsen van binnenuit, en je daarvoor openstellen, vertrouwen hebben in jezelf en als een jazzmuzikant binnen het gegeven van een akkoordenschema - voor de schrijver het verhaal - laten komen wat er komt.

Maar laten we even beginnen met het commerciële aspect van het schrijven.


De verkoop

Naast zo nu en dan een boek en een flinke reeks kinderboeken, schrijf ik hoofdzakelijk voor televisie en theater. Dat betekent, als ik klaar ben is het product dat nog niet. Dan begint het eigenlijk pas. Er moet een decor gemaakt worden, gecast, gerepeteerd, geregisseerd, gestyleerd, gedressed, gedraaiboekt en noem maar op. En de ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Dat maakt het er vaak niet gemakkelijker op. Je bent in die branche voor het eindresultaat afhankelijk van vele factoren en niet zelden wordt de ene discipline afgerekend op het resultaat van de andere. Iets met uitzonderlijk goeie acteurs wordt niet zelden als goed geschreven bestempeld en andersom, en alle variaties daarop die maar denkbaar zijn.
Om te beginnen moet een project 'verkocht' worden. Een theater- of televisieproducent, en in het verlengde daarvan de schouwburgdirecteur of de zendgemachtigde, moet bereid zijn het financiële risico van een productie op zich te nemen. En dan zitten we meteen zwaar in de problemen. Hoe in godsnaam overtuig je iemand van de waarde en het belang van datgene dat jij wilt maken? Je bent namelijk niet de enige die hem of haar aan de kop zeurt. O nee, er zijn er meer die met hart en ziel geloven in wat hun voor ogen staat. Veel meer zelfs. De competitie is groot en wordt steeds groter. Kan degene met de macht eigenlijk wel beoordelen wat een goed project kan worden en wat niet? Het gaat hier namelijk vaak om een manager die weliswaar interesse getoond heeft in het vak maar die natuurlijk bij lange na niet zoveel ervaring en kennis heeft als de aanbieder, om over talent en gevoeligheid nog maar te zwijgen. En toch is hij het die de duim opsteekt of niet. Je bent afhankelijk van zijn smaak, zijn bui, zijn timing. Er zijn zoveel factoren die een rol spelen bij het proces van zijn beslissing. De kwaliteit van het aangebodene is er daar maar ééntje van en het is maar zeer de vraag of die wel bij de top drie zit.
In zijn boek Adventures in The Screen Trade beschrijft William Goldman - scenarist van Butch Cassidy and the Sundance Kid en Marathon Man - het proces van een bepaald scenario waar hij jaren aan werkt, op verzoek van de filmmaatschappij daarvan steeds weer verschillende versies maakt, om na het stopzetten van het hele project op een feestje bij toeval te horen dat het geheel in aanvang was opgezet om een bepaalde executive uit de firma te werken. Voordat de schrijver maar één letter op papier had gezet, ging het dus al niet door. En daar werk je je dan voor uit de naad!
Wat een goed idee is wordt dus niet bepaald door het idee zelf als wel door de machthebber. Die moet zeggen: 'Daar gaan we iets mee doen!' Anders gebeurt er helemaal niks, hoe goed het idee ook is.
Even een kleine zijstap: de mega televisiehit Big Brother, het format dat John de Mol en Joop van den Ende miljardairs maakte, lag twee jaar voordat het bedacht werd op mijn bureau. Bijna exact zo. Ik was toen hoofd Research en Development bij John de Mol produkties en als zodanig verantwoordelijk voor het ontwikkelen van nieuwe televisie-ideeën. Twee onafhankelijke creatieven hadden iets bij ons ingediend dat het dagelijks reilen en zeilen volgde van een groep mensen die bij elkaar gezet waren in een penthouse. Ze konden worden weggestemd en het uiteindelijke doel was dat er één overbleef. Dat was dan de winnaar. Niemand was geïnteresseerd. Jaren na het grote succes van Big Brother heb ik de twee bedenkers van dit format nog wel eens horen sputteren, en terecht. Hadden ze een goeie advocaat ingehuurd en er een zaak van gemaakt, dan hadden ze miljoenen kunnen krijgen, denk ik.
Om nog even bij de ontwikkeling van entertainmentformats voor televisie te blijven: De heer de Mol verweet mijn afdeling dat we nooit met iets nieuws kwamen, wij waren er intussen aan gewend geraakt dat onze ideeën niet gehoord werden. Dat wil zeggen, niet bewust. Regelmatig kwam iets dat wij gepresenteerd hadden een paar maanden later als een origineel idee van de baas of iemand uit zijn omgeving bij ons ter uitwerking terug. Ik denk niet dat het bewust gestolen werd, dat niet, zo werkte het nou eenmaal. Wat in de lucht hangt kan er alleen maar uitgeplukt worden door iemand met lange armen.
Ook het moment en toeval spelen een enorme rol. Ik heb meegemaakt dat iets na een half jaar pitchen, bijschaven en verbeteren en nog eens verbeteren uiteindelijk de eindstreep niet haalde terwijl iets vergelijkbaars, dat in tien minuten bij elkaar werd gefantaseerd, nog eens tien minuten later verkocht was, omdat er net iets uitgevallen was en men op stel en sprong iets moest hebben. Een langdurig uitgewerkt idee voelt niet fris en men kiest dan al snel voor iets dat net opborrelt, letterlijk en figuurlijk.
Vergeet dus nooit: het gaat niet om het idee, het gaat om de macht, om het moment en om toeval.
Bij een comedy of een dramaserie is men in de televisiewereld altijd op zoek naar het gouden idee. Wie weet er nog iets leuks? Wie heeft er een briljant idee? Wat voor nieuwe vorm kunnen we bedenken? Ik geloof er niet in. Niet dat ik tegen experimenteren ben, integendeel, maar first things first. Om met sitcomregisseur Hans de Korte te spreken: 'Laten we nou eerst maar eens een gewone comedy goed doen, dan zien we daarna wel verder.' Picasso is ook begonnen met nabootsing van de anatomie van het menselijke lichaam, de scheve neuzen en ogen kwamen later.
Je kunt over elk beroep een leuke comedy maken, of het nou een tandarts, een fietsenmaker of een verzekeringsagent is. Het zit 'm niet of nauwelijks in de arena, zoals dat heet. Men zou op zoek moeten gaan naar het gouden team. Wie spelen er in? Wie schrijft het? Wie regisseert het? En dan, als het team is samengesteld, dan zou je kunnen kijken wat je gaat maken met zijn allen. Natuurlijk, niet elk team kan elke comedy maken, je hebt ze tenslotte in allerlei soorten en smaken. Een brave familieserie is iets anders dan een far out comedy over drop outs, maar je zult nog verbaasd staan over de enorme overeenkomsten in het proces van vervaardiging.
Het medium televisie voelt voor mij als het 'echtste' werk, ondanks de lage culturele waarde die het over het algemeen krijgt toebedeeld. Bij televisie speelt volstrekt helder het spanningsveld tussen wat de maker wil maken en de kijker wil zien. Theater is vaak toch op een of andere manier gesubsidieerd, al is het maar omdat de schouwburg in kwestie subsidie krijgt, en daar gelden nogal eens de wetten van de critici in de breedste zin van het woord. Snobhits zijn in de wereld van het theater aan de orde van het jaar, terwijl op televisie altijd direct de afrekening met de consument plaats vindt. Het is het medium van onze tijd en als ik met mijn werk direct in de maatschappij wil staan, moet ik televisie maken. Vind ik zelf.
Dat betekent ook dat televisie maken geen kunst is maar een industrie en in een industrie gelden commerciële wetten. Dat wil niet zeggen dat het in televisieland alleen maar om plat vermaak gaat en er een hamburgermentaliteit heerst, helemaal niet, er zijn toch ook commerciële producenten van kwaliteitsproducten? Maar ook die hebben te maken met verkoop, doelgroepen, marketing en noem maar op.
Ook bij theater heb je te maken met verkoopbaarheid. Zelfs bij een gesubsidieerd toneelgezelschap moet je rekening houden met je klant, hij of zij die een kaartje koopt. Je moet een product hebben dat bekendheid heeft, je moet een merk bouwen. Dat kan de naam van het gezelschap zijn of, en daar heb ik zelf veel mee te maken gehad, de bekendheid van een hoofdrolspeler. Er zijn maar een paar acteurs in Nederland waar de zalen vol voor stromen en die moet ik proberen over te halen te tekenen voor mijn stuk. Dat is niet gemakkelijk. Tenslotte zijn ze er vaak een heel seizoen mee bezig en als de voorstelling niet lukt, is dat een enorme inbreuk op hun persoonlijke en professionele leven. Ze zeggen immers: je bent zo goed als je laatste rol.
Met mijn theatergroep Mussen & Zwanen bouw ik aan een eigen merk - het is de naam van het gezelschap waar mensen hun kaartje op kopen, niet voor wie er op het toneel staat - na in het verleden en in al mijn onervarenheid de rechten op de naam Purper - het cabareteske amusementsgezelschap dat ik in 1980 heb opgericht - voor een habbekrats te hebben overgedaan.
Maar genoeg over het commerciële aspect van het schrijversvak. Ik ben er maar mee begonnen, dan hebben we dat gehad en kunnen we het verder achter ons laten. Laten we ons nu richten op datgene waar schrijvers voor willen zijn: het schrijven, oftewel: het creatieve proces.

Het creatieve proces

Werkwijze
Ongeveer vijftien jaar geleden vond ik in de trein van Amsterdam naar Hilversum een stukje papier, niet meer dan éénderde pagina uit een tijdschrift. Ik had niets te lezen bij me, was hongerig en las dus maar wat daar op stond. Het was maar één alinea die er volledig op stond en die hangt sindsdien uitvergroot en ingelijst aan de muur van elk kantoor waarin ik werk:
Een van de hoofdzaken is echter een structureel andere manier van vergaderen, vindt van Koolwijk. Mensen moeten volgens hem geen meningen geven maar bijdragen. meningen zijn volgens hem de ziekte waardoor vergaderingen vaak zo lang duren. 'Een half uur moeten luisteren naar wat iedereen ervan vindt, vind ik sociaal onhygiënisch. We moeten overgaan van een discussie- naar een adviescultuur. Of je vindt een voorstel oké, of je geeft concrete tips voor verbetering. De 'eigenaar' van dat agendapunt laat de adviezen naast elkaar staan, neemt ze mee, weegt ze af, komt met nog een conceptbesluit, doet dat voor mijn part nog een keer en hakt vervolgens de knoop door. Zo laat je de talenten van mensen voor elkaar werken en niet tegen elkaar. Nu is een vergadering meestal een arena of een levenloos ritueel'
Mijnheer van Koolwijk, hoorde ik later, schijnt directeur te zijn geweest bij een grote autofabrikant en dat maakt het allemaal nog mooier. Ik schrijf drama en comedy en de goeroe van mijn creativiteit verkoopt auto's. Heel prozaïsch. Daar houd ik van. En het sterkt me in mijn overtuiging dat er niets mis is aan de zienswijze dat je je op geïndustrialiseerde wijze bezig kunt houden met iets dat traditioneel gezien onder KUNST valt. Schrijven als ambacht dus.
De belangrijkste voordelen van de werkwijze die van Koolwijk schildert zijn tijdwinst en effectiviteit. Het uitstellen van een oordeel tot het moment dat er om een oordeel gevraagd wordt, is echter erg moeilijk en levert voor iedereen een enorme cultuurshock op. We zijn er zo aan gewend meteen te zeggen wat we ergens van vinden, een subjectieve waardering te geven, terwijl die er op dat moment eigenlijk totaal niet toe doet. Gaan wij een pasgeboren baby beoordelen op zijn uiterlijk, intelligentie en karakter? We zijn het erover eens dat we het arme kind eerst maar eens de kans moet geven een beetje op te groeien, krachten te verzamelen, tot zichzelf te komen. Zo moeten we een creatie ook behandelen. Als een pas geboren baby.
In de praktijk komt het er dus op neer dat de creator, van wat dan ook, geholpen moet worden met adviezen in plaats van lastig gevallen worden met meningen. In het geval van de schrijver - nogmaals, ik heb het steeds over het soort schrijver dat ik ben, de ambachtelijke - moet de dramaturg of editor iets bijdragen en anders maar beter zijn mond houden. Ik heb heel wat scriptbesprekingen meegemaakt waarbij het commentaar ervoor zorgde dat ik daarna met lood in de schoenen naar huis slofte en me afvroeg of ik niet een ander beroep moest kiezen. Terwijl het ook mogelijk is, met hetzelfde materiaal, ervoor te zorgen dat de schrijver in kwestie naar huis rent omdat hij niet kan wachten om aan zijn volgende versie te beginnen.

Voor dramaturgen en editors zijn bijvoorbeeld de volgende zinnen ten strengste verboden:

Ik heb er niet zoveel mee.
De tweede helft zakt een beetje in.
Ik vond dat vorige script van je veel beter.
Het geheel blijft nogal aan de oppervlakte.
Het is mij niet gelaagd genoeg.
Ik vind de karakters wat ééndimensionaal uitgewerkt.
Heb je Lars Norén wel eens gelezen?

Wel goedgekeurd is:
Je kunt scène 6 misschien beter vóór scène 3 zetten.
Misschien is het een idee om op pagina 17 na haar bekentenis een monoloog van hem te maken over waarom hij bij haar weggegaan is.
Aan het eind zou je hem ook zelfmoord kunnen laten plegen.
Misschien kan hij aan het begin van het tweede bedrijf al iets zeggen over dat hondje.
Dit moeten we echt eens naar Lars Norén opsturen.

Simpel gezegd: de opmerkingen moeten concreet zijn en specifiek. Alleen daarmee bewijst een dramaturg of editor zijn of haar vakkennis. Een algemene mening geven kunnen we allemaal. En dat geldt eigenlijk voor alles in het leven. Je hebt mensen die de hele dag zeggen wat ze van de wereld vinden en je hebt mensen die iets proberen te doen. Mijn sympathie gaat absoluut uit naar de laatste categorie.
Het is natuurlijk ook mogelijk dat het script na het hele proces van herschrijvingen en verbeteringen in zijn geheel wordt afgekeurd. Dan is het beslissingsmoment gekomen en kan iets te licht of te zwaar worden bevonden. Ik heb dat natuurlijk ook meegemaakt, maar als dat wat ik geproduceerd had inmiddels op kracht en niveau was gekomen, kon ik de afwijzing veel beter hebben. Smaken verschillen tenslotte en niemand is onfeilbaar.

Beperkingen

Er is nog een positief element in het bewust industrialiseren van een creatieve bezigheid. En dat is de beperking. William Shakespeare was zich er bewust van dat zijn toeschouwers van verschillend niveau waren en dus zorgde hij ervoor dat de prachtige poëzie regelmatig afgewisseld werd met een knokpartij of een komische act. Ook hij moest er voor zorgen dat zijn publiek tevreden was. Toneel was zijn product en hij moest dat net zo goed verkopen als een bakker zijn brood. Je zou dat een beperking kunnen noemen. De kunstenaar kan zich niet uitsluitend op zijn eigen gevoel richten en moet rekening houden met het effect dat zijn werk op toeschouwers, lezers of kijkers heeft. Het is in mijn overtuiging juist die beperking die iemand met talent op ideeën brengt waar hij anders nooit op gekomen was. Zeg tegen een komiek: 'Doe eens iets leuks' en hij zal je gekweld en gekwetst aankijken. Omdat dat een onmogelijke opdracht is. Maar vraag hem: 'Kun je iets met een strijkijzer?' Zijn ogen zullen gaan glimmen en er komt iets, zeker weten.
In zijn boek De Glanzende Kiemcel van Simon Vestdijk breekt de schrijver een lans voor rijm en metrum in gedichten, in een tijd dat het gebruikelijk was dat allemaal los te laten en er maar op los te improviseren. De beperking maakt in zijn ogen de gedichten van de goede dichters beter en ik ben het met hem eens.
Zo zijn zaken als bezuinigingen of commercie in mijn opinie hoofdzakelijk een probleem voor de niet-zo-creatieve-creatieven. De anderen krijgen er glimmende oogjes van.

Het verhaal

Lino Ventura heeft gezegd dat je voor het welslagen van een speelfilm drie dingen nodig hebt: een goed verhaal, een goed verhaal en een goed verhaal. In mijn overtuiging is het voor een televisieserie, een sitcom of een toneelstuk niet anders. Zelfs de eerder genoemde entertainment formats voor televisie zijn geheel afhankelijk van de verhalen die ze vertellen. Het gaat altijd om de mensen, de gebeurtenissen en hun emoties daarbij. Het gaat altijd over de weg naar succes, naar de ondergang, naar de liefde, naar seks of naar de pot met goud, met alles wat daarbij door de personages meegemaakt en gevoeld wordt. Het enorme succes van de Amerikaanse film is gebaseerd op het feit dat die narratief is. Europese film is vaak bespiegelend en dat kan interessant zijn, maar de massa volgt liever een verhaal. Krijgen ze elkaar? Lukt het 'm? Flikkert-ie nou van die rots of niet?
Een aantal jaren geleden stuurde Joop van den Ende mij het script van de musical Drie Musketiers en vroeg me mijn mening. In de bespreking die we enige tijd daarna hadden veegde hij mijn kritiek op het verhaal terzijde en sprak hij vervolgens vol vuur over de enorme boot die hij als decorstuk had laten bouwen. De scène op de boot weet ik nog precies: die ging erover dat ze naar Engeland gingen. Verder niks. De heer van den Ende is de belangrijkste man ooit voor de Nederlandse entertainmentindustrie, maar hier zat hij niet op de goede weg. Hij zette niet het verhaal centraal maar de effecten en maakte daarmee een matige voorstelling. Walt Disney werkte met zijn studio twee jaar aan Sneeuwwitje, waarvan de eerste anderhalf besteed werd aan het verhaal en de rest aan het maken van de tekeningen. En dan hebben we het over een verhaal dat al bestond! Elk dwerg had zijn eigen verhaaltje dat met het hoofdverhaal verbonden was, het ondersteunde, kleurde, relativeerde. Dat gepuzzel, het vervlechten van al die lijnen, dat is het echte werk!
Als ik een aflevering voor een comedy schrijf begin ik altijd met het verhaal, het plotje. Ik heb geleerd dat als dat goed in elkaar zit, het verdere proces geen problemen oplevert. Er is dan een fundering en een geraamte, daarna kan het geheel worden afgetimmerd en verfraaid. Daarbij moet goed in de gaten gehouden worden dat altijd het verhaal gediend moet worden. Beroemd in deze is de zinsnede Kill your darlings, die ons vertelt dat je soms zeer smakelijke en aantrekkelijke zijstapjes moet opofferen voor de grote lijn, het verhaal.
Als ik een comedyscript aflever waarvan de plot niet klopt, heb ik ervaren, dan wacht ons allen een vervelende week. Acteurs worden lastig, technici krijgen ruzie, de productie stort in, noem maar op. En waarom? Omdat men zijn werk niet goed kan doen. Er is voortdurend twijfel, er zijn steeds veranderingen, er zijn eindeloze discussies. Het verhaal klopt niet en niemand weet meer wat we aan het doen zijn. Als de week niet leuk is, is het dus mijn schuld. Dat acht ik inmiddels proefondervindelijk bewezen.
Laten we eens een plotje maken voor een sitcom (Zie verderop voor de beschrijving van het genre). Meestal gebruik ik twee verhaallijntjes die ik door elkaar weef en die, optimaal gesproken, elkaars oplossing zijn. We nemen de comedy Kinderen Geen Bezwaar. In de latere opzet.
Gerard van Doorn is 54 jaar en heeft een tweede vrouw Maud Zegers, die een flink stuk jonger is dan hij. Hij brengt zijn tienerzoon Daan mee uit een vorig huwelijk. Die heeft net een nieuwe vriendin, Inke geheten. Grote Oma is Maud's moeder, Maud is psychotherapeute met praktijk aan huis en Gerard zorgt voor het huishouden. De toon is die van een familieserie annex relatiekomedie, waarbij de relatie van de kinderen Daan-Inke voor de jongere kijker is en de relatie Gerard-Maud voor de oudere.
Hier volgt het plotje, for argument sake in iets vereenvoudigde vorm gegoten. Elke stap is een scène. Zo summier mogelijk opgeschreven.

Afl. 79. Grote oma. (Zie verderop voor het volledige script van deze aflevering)

1. Ochtend de keuken. Gerard komt thuis en heeft een vrachtwagen vol varkens gezien die lucht door kleine gaatjes probeerden te happen. Hij vertelt dat aan Daan. Daan zegt: die zijn gelukkig snel dood en dan komen ze in plakjes bij ons in de ijskast. Gerard is geschokt.

2. Ochtend. De therapieruimte. Maud aan de telefoon met iemand waar ze geen woord tussen kan krijgen.

3. Ochtend. De keuken. Maud doet verslag van haar telefoontje: Grote oma heeft gehoord heeft dat Daan een nieuwe vriendin heeft en ze wil eind van de middag het meisje komen keuren. Grote schrik bij de anderen. Inke moet worden voorbereid. Die komt net thuis. Maud wil haar even onder vier ogen spreken.

4. Ochtend. De therapieruimte. Maud en Inke. Maud bereidt het meisje voor op het ergste. Grote oma keurde vroeger haar vriendjes ook, met, vanwege haar directe botheid, desastreuze gevolgen.

5. Middag. De zitkamer. Gerard vertelt Daan dat hij besloten heeft vegetarisch te gaan eten. Nu moet het er maar eens van komen.

6. Middag. Maud weet het nu ook. Ze bespot hem. Voorbereidingen voor het avondeten. De maaltijd lijkt uiterst saai te worden. Geen vlees. Iets met ei. Gerard legt het uit. Maud stelt dat hij niet consequent is. Dan mag ei ook niet. En een broekriem en schoenen mogen dan ook niet. Gerard gooit zijn eigerecht weg en doet zijn riem af en zijn schoenen uit. Hij stort zich op de groentes.

7. Eind van de middag. Inke wordt voorbereid op Grote Oma. Alleen maar glimlachen en niks zeggen is het beste.

8. Eind van de middag. De gang. Maud laat Grote oma, haar moeder, binnen en spreekt haar streng toe. Ze moet Inke lief behandelen en niet aan een kruisverhoor onderwerpen.

9. Eind van de middag. De zitkamer. Gezellig kopje thee met zijn allen. Grote oma gedraagt zich voorbeeldig tegenover Inke. En Inke zegt niets. Een gespannen situatie.

10. Begin van de avond. De keuken. Avondeten. Grote oma wordt geconfronteerd met het vegetarisch diner en bespot Gerard. Mannen moeten vlees eten. Zij stelt dat mannen die geen vlees eten in bed ook niks klaar maken. Die ervaring heeft ze met haar eigen man gehad, god hebbe zijn ziel. Niemand durft in te grijpen. Maar dan komt opeens Inke in opstand en snauwt haar toe. Schrik.

11. Begin van de avond. De zitkamer. Na het eten zet de discussie zich nog voort. Men heeft wat wijn op en grote oma dendert maar door. Inke pikt het niet. Misschien lag het wel aan haar destijds dat haar man niet presteerde. Iedereen houdt zijn of haar hart vast. Maar Grote oma blijkt het te waarderen. Dat is een meisje met pit!

12. Later die avond. De keuken. Gerard staat stiekem plakjes van bloed druipende rosbief naar binnen te schrokken. Maud betrapt hem. Dat kan nog wat worden vanavond!


Eenvoudig? Simpel? Eendimensionaal? Nou en of. Absoluut. Zeker weten. Ik heb geleerd dat je verhaal niet helder genoeg kan zijn, niet strak genoeg en niet gierig genoeg, om met Chiem van Houweninge te spreken. Iets dat in de basis eenvoudig is en misschien zelfs bijna te helder en te doorzichtig lijkt, blijkt in de praktijk vaak nog net iets te schimmig. En bedenk: een strak verhaal stelt je in staat kleine zijstappen te maken, de krenten in de pap toe te voegen, zonder dat de aandacht van de kijker of de toeschouwer verslapt. (Maar pas op: niemand zit te wachten op je bespiegelingen over het leven en de dood, ze willen graag weten hoe het afloopt. Dat houdt ze vast.)
Bovenstaand halve A4tje is meer dan de helft van het werk. Als je dit voor elkaar hebt, dan is de rest gemakkelijk. Een leuke dialoog schrijven? Er zijn er velen die dat kunnen. Grappen verzinnen? Kijk maar naar al die stand-up comedians en cabaretiers die we hebben. Maar wie verzint er een goed verhaal? Wie maakt een kloppend plotje?
Helemaal perfect is deze plot ook niet. 10 en 11 hadden eigenlijk één scène moeten zijn. Er gebeurt niet echt iets nieuws in 11. Het is meer een nadere uitwerking van wat er in 10 gebeurt. Dat is niet zoals het hoort, maar het werkte wel. Ik vond het als één scène te lang en wou dat er even wat tijd tussen zat en heb dus een kleine tijdssprong gemaakt. En waarom niet? Goethe zegt dat werkelijke consequentie tot de duivel leidt en wie ben ik om hem tegen te spreken.
In Hollywood krijg je de lengte van de rit van de lift naar boven de kans om aan de producent je verhaal te vertellen, de beroemde elevator-speech. Of het nou letterlijk zo gaat of bij wijze van spreken, als je verhaal niet strak en helder in elkaar zit, kun je het vergeten.
Ook een toneelstuk zet ik op deze manier uit en ook al mijn kinderboeken heb ik zo voorbereid. Of Harry Mulisch het ook zo doet, weet ik niet. Ik vermoed het wel.
Als mensen mij vragen ze te helpen met iets dat ze willen schrijven of geschreven hebben, zeg ik altijd: stuur het plotje maar. Iets anders lees ik niet. Niets vind ik zo erg als een rammelend script lezen, iets waar het verhaal niet goed van is. Mijn hersens koken bijna over, omdat ze wanhopig de lijn proberen te ontrafelen en proberen te ontdekken waar het mis gaat. Dat is me echt te zwaar. Het leven is kort.

De intuïtie

Naast deze toch redelijk droge en strenge dramaturgische spelregels wil ik onmiddellijk ook een lans breken voor het niet rationele aspect van het schrijven. Iets dat echt heel mooi is en goed gelukt komt niet alleen volgens regels tot stand maar heeft ook iets van mysterie in zich. Dat is het mooie van de menselijke geest, dat die altijd net iets meer is dan een computer. (Of misschien zijn de computers gewoon nog niet ver genoeg, dat kan het ook zijn.)
De acteur Jan Decler hoorde ik eens op televisie vertellen over de schrijver Herman Teirlinck die gezegd had dat bij hem vaak het verstand in de vingers zat. Het nadenken, het creëren ging vanzelf. Hij zette de sluispoorten naar het onbewuste open en liet zijn hand schrijven. Intuïtief denken, zou je het kunnen noemen. Ik denk dat het essentieel is voor het scheppen van iets wat eigen is.
Ik heb zelf ook vaak meegemaakt dat er onder mijn vingers iets ontstond waar ik bijna niet bij was. Het ging gewoon vanzelf. De personages leefden hun eigen leven. Het gebeurde zelfs dat er zich plotwendingen aandienden die later precies leken te kloppen met de opzet of met wat er nog kwam. Allemaal volstrekt onbewust. Ook veel leuke zinnen, grappen en bruikbare gedachtes zijn zo ontstaan. Zo gebeurt het me regelmatig dat ik iets teruglees dat ik geschreven of bedacht heb dat ik me totaal niet herinner.
Zo te schrijven vereist zelfvertrouwen. Meer niet. Je moet de durf hebben om te luisteren naar je intuïtie, je gevoel. Daarvoor moet je volstrekt ontspannen aan het werk zijn en je niet bezig houden met factoren die pas later een rol gaan spelen. Is het goed genoeg? Is het leuk genoeg? Kan ik eigenlijk wel schrijven? Wat zullen mijn vrienden er van vinden? En mijn vrouw? Mijn moeder?!
Als Paul de Leeuw op een podium staat en er gaat iets mis, dan vertrouwt hij erop dat hij iets leuks zal zeggen. Hij laat het gewoon volstrekt ontspannen naar boven borrelen. Daarom komt er dan ook meestal iets, waardoor hij gesterkt wordt in zijn zelfvertrouwen, zodat hij de volgende keer weer ontspannen zal zijn en zo voort.
Ik ken beide kanten. Sta ik op een toneel, dan verkramp ik bij de kleinste fout met een reeks van grotere fouten tot gevolg, maar schrijf of bedenk ik iets dan is er volstrekte ontspanning en wacht ik gewoon tot het vanzelf in me opkomt. Als het even niet lukt ga ik niet lopen ijsberen of op een pen kauwen of mijn kinderen slaan. Ik haal mijn schouders op en probeer het de volgende dag weer. Volstrekt ontspannen. En dan lukt het wel. Bijna altijd.
Bijna 300 afleveringen sitcom heb ik geschreven, maar ik heb, geloof ik, nog nooit een grap bedacht. Hoe bedenkt men een grap? Geen flauw idee. Komt een vrouwtje bij de dokter…en dan? Ik zou het echt niet weten. Zoiets moet ontstaan uit de situatie. De personages moeten uit zichzelf geestig zijn. Ik kan het niet alleen.


De tips

Tot slot en samenvatting van dit hoofdstuk een aantal tips voor ambachtelijk schrijven.
Schrijf over iets dat je na aan het hart ligt.
Bedenk een goed verhaal.
Bedenk een goed verhaal.
Bedenk een goed verhaal.
Hou vast aan je plot maar geef toch je personages de ruimte om zelf iets te ondernemen. Als ze eenmaal leven, leven ze.
Maak gemakkelijk, vrijmoedig, ontspannen en los een eerste versie.
Laat die een poosje liggen. Paar dagen? Paar weken? Paar maanden?
Doe iets heel anders tussendoor. Schrijf iets anders, heb een affaire of beklim de Mont Blanc.
Herschrijf je eerste versie.
Laat je tweede versie [of de derde] lezen aan iemand die je vertrouwt en vraag om suggesties. Luister daar goed naar, maar neem alleen iets over als je er zeker van bent dat het een verbetering is.
Maak een voorlopig definitieve versie.
Stuur die de wereld in.
Probeer niet of niet te veel te roken als je achter het beeldscherm zit.

De televisie

Ik wil graag apart wat aandacht besteden aan het verschijnsel televisie en hoe dat in onze maatschappij staat. Hoewel ik als toneelschrijver ben begonnen, en nog elk jaar een toneelstuk produceer, beschouw ik mezelf steeds meer als een televisieschrijver, niet in de laatste plaats omdat het medium, zoals gezegd, zo direct in het dagelijkse leven staat. De tv is iets eerder geboren dan ik, maar het scheelt bepaald niet veel. Toen ik klein was, hadden wij thuis alleen radio en gingen mijn broers en ik op zondagavond naar de buren om Thierry La Fronde te kijken. Er was nog maar één net en voor ons was het wekelijkse hoogtepunt de avonturen van deze knappe Franse slingeraar. We kregen er ook altijd ijs bij en dat maakte alles compleet. Toen was geluk nog heel gewoon, zullen we maar zeggen. Hoewel. (Maar daarover meer in deel 2 van dit boek.)
Een paar jaar later kregen we zelf een televisietoestel en kwam er ook al snel een tweede net, dat echter voor ons slechts enigszins te ontvangen was als wij de antenne vasthielden of met een ijzerdraadje verbonden met een radiator. Mooie herinneringen. Swiebertje, Ja Zuster Nee Zuster, Eén van de Acht, Toon Hermans, Wim Kan, het schaatsen en de vuist van Duys. Ik vond het allemaal een groot genot. Ik herinner me het begin van de TROS, met Mary Schuurman, Frits van Thurenhout met op zondagmiddag de voetbaluitslagen (nul-nul), Hoepla met de blote Phil Bloem en iets later de bizarre shows van Wim Schippers en de komst van Sonja Barend, die wij veel te links en betweterig vonden.
Het begin van de commerciële televisie heb ik later van dichtbij meegemaakt. Toen John de Mol net begon, schreef ik voor hem de comedy In de Vlaamsche Pot en daarmee en daarna heb ik jaren voor hem gewerkt. Ik wist al heel jong dat ik niet in de kunst wilde werken maar in de entertainmentindustrie en ben daar ook nooit van afgeweken.
Het lijkt er nu op dat we het tijdperk van de televisie al weer achter ons gaan laten, in ieder geval in de vorm zoals ik er mee ben opgevoed. We zitten op een belangrijk schakelpunt, denk ik. Het boek was narrowcast, de tv broadcast, interactieve tv wordt weer narrowcast. En dan is die hele discussie weer weg. Ik bedoel dat gedoe over de vermeende oppervlakkigheid van het medium. Mijn leven lang hoorde ik namelijk om mij heen hoe de tv bespot en verguisd werd. En nog wel, zij het veel minder. Ga de volgende dialoogjes maar na:

Wat heb je gedaan gisteren?
Ik heb de hele dag thuis zitten lezen.
Fantastisch.

Wat heb je gedaan gisteren?
Ik heb de hele dag tv gekeken.
Hè gedver.

De bezigheid lezen heeft van zichzelf een veel hogere status dan televisie kijken. Waarom eigenlijk? En is dat wel terecht? Oké, books feed your head, zegt men en ik zal het niet tegenspreken. Als je goeie boeken leest en een beetje onthoudt wat er in staat kan je intellectueel ver komen. Zeker. Maar nu even de voordelen van televisie:

Je kunt lekker zitten of liggen en je hoeft niets vast te houden.
De hele wereld komt bij je thuis. Iedereen kan kennis nemen van alles en op een toegankelijke manier. Een symbool van democratie en socialisme dus.
Je kunt met zijn allen tegelijk naar iets kijken en daarover iets tegen elkaar zeggen.
Beelden zijn gemakkelijker te consumeren en te onthouden dan feiten.

Dat laatste heeft te maken met onze hersenhelften. Ooit op het plein voor de Sint Pieter geweest? Bij de Borobudur? De Sagrada Familia gezien? Dat vergeet je allemaal nooit meer. Als je er jaren daarna een plaatje van ziet, dan zeg je: Ja, dat is het plein voor de Sint Pieter! Dat zijn die klokken in de Borobudur, waar je je arm in moet steken! God ja, die smalle trappetjes in de Sagrada Familia! Het blijft allemaal bij je, al word je honderdtien. Maar wanneer zijn ze eigenlijk begonnen met de bouw van de Sint Pieter? In welke eeuw is die Borobudur eigenlijk gebouwd? Wie was de laatste architect van de Sagrada Familia? Ehhhh…
De linkerkant van onze hersenen is voor de feitjes, de rechter voor de beelden. Er is een onderzoek geweest - in Amerika natuurlijk - waarbij ze twee groepen getest hebben op kennis die een jaar daarvoor was opgedaan. Het betrof hier een bepaalde aardbeving in Californië. De ene groep had daarover destijds een paginalang artikel in The New York Times gelezen, de andere groep had er een nieuwsflits van 16 seconden op tv over gezien. De vraag was nu: wie weet zich er nog wat van te herinneren? Uit de eerste groep bleek bijna helemaal niemand meer iets te weten, uit de tweede groep wist een aantal mensen het getal op de schaal van Richter nog, h et aantal gewonden en ongeveer het bedrag van de materiële schade. Tja. Tv feeds your head?
Waarom dan die verwarring? Hoe komt de televisie aan dat slechte imago? Wat is toch altijd weer die kritiek van de pers en de intellectuelen?
Televisie brengt alle milieu's bij iedereen thuis. De elite wordt al zappend geconfronteerd met de zogenaamde wansmaak van de grote massa. Vroeger speelde het volk gewoon thuis een potje ganzenbord en geen haan die er naar kraaide, maar toen het Het Rad van Fortuin werd, ging het mis. Iedereen buitelde over elkaar heen om als eerste te verkondigen dat het allemaal plat, stompzinnig, zinloos en vervuilend was. Er werd een ware hetze tegen soaps gevoerd in de eerste jaren dat ze op de Nederlandse televisie te zien waren. Waarom hebben de kasteel- en doktersromans, de jongensboeken en de strips die shit nooit over zich heen gehad?
Ik heb een oude vriend nog eens heftig tegen me in het harnas gejaagd door te beweren dat iets dat op televisie scoort per definitie dan ook kwaliteit heeft. Dat was tegen zijn gevoelige kunstenaarsbeen. Ik vrees echter dat ik nog steeds achter die bewering sta. Als een bepaald ijsje door iedereen gekocht en gegeten wordt, dan kunnen we toch zeggen dat het kwaliteit heeft. Zelfs Adolf Hitler had kwaliteit. Als demagoog, als intrigant, als leider. Wat aanslaat heeft blijkbaar voor veel mensen een kwaliteit. Of die kwaliteit een positieve invloed op de wereld heeft of een negatieve en of mensen een goeie smaak hebben of niet, is vers twee. En aan wie is het eigenlijk om dat te beoordelen?
Natuurlijk heb ik mij ook verbaasd over de bruine bonenman van Menno Buch - een man die met een hoer in een opblaasbadje met bruine bonen wou zitten, ter seksuele opwinding - en ik heb mij vermaakt met het Engels van Henk van der Meijden toen hij in zijn Tv-privé tegen Shirley MacLain zei: Look in the mirror how nice the dress you stands!, maar wat zegt dat eigenlijk? Maakt het feit dat we nu echt bij iedereen binnen kunnen kijken het medium verwerpelijk? Klinkt mij toch echt als het onthoofden van de boodschapper van het slechte nieuws.
En trouwens, wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. De grote blunderaars uit de geschiedenis vinden we eerder onder de gefrustreerde intellectuelen dan de simpele dombo's, en zelf moet ik al helemaal nederig zijn. Ik heb het gepresteerd met het Gymnasium Alpha diploma in de achterzak een Duitse wegenwacht te bestellen op een Rastplatz waarvan ik dacht die die Bitte Sauberhalten heette!
Vroeger werden toneelspelers als halve criminelen beschouwd en haalde men de was binnen als ze er aankwamen, de laatste dertig jaar is dat gilde tot de adelstand verheven en was het de televisie die het moest ontgelden. Met een beetje afstand en een minder direct oordeel - daar hebben we het weer - kunnen we er misschien toch de waarde van inzien. Soaps en comedyseries zijn moderne varianten op oude kunstvormen als de comedia del arte, met archetypische karakters en allegorische verhaallijnen. Critici hadden en hebben er geen goed woord voor over. Dat zal zijn omdat er soms, zeker in het begin van de soaps was dat het geval, niet al te best in wordt geacteerd en de decors nogal eens van bordkarton zijn, maar misschien gaat het daar niet om in dat genre en is er een andere kwaliteit? Goede Tijden Slechte Tijden is, vermoed ik, het succesvolste dramaproduct uit de Nederlandse geschiedenis en heeft in tien jaar meer mensen bereikt dan de Gijsbrecht van Aemstel van Joost van den Vondel in honderden jaren bij elkaar. Of is dat kwantiteit en geen kwaliteit? Oké, maar het is wel Nederlands drama. En de Gijsbrecht is ook geen dramaturgische parel. Laten we eerlijk zijn.
Het is mij in de loop der jaren opgevallen dat iets op televisie dat positief gerecenseerd werd, niet scoorde en dat de wel scorende programma´s bij hun eerste verschijning bijna altijd werden gekraakt. Ik heb het aan den lijve ondervonden. De enige tv serie waaraan ik werkte en die meteen goed werd besproken was de serie Beppie die ik samen met Annie Schmidt en haar zoon Flip schreef. En het bleek een enorme flop. Mijn succesnummers zoals In De Vlaamsche Pot, Diamant en Kinderen Geen Bezwaar zijn bij verschijning negatief ontvangen. Daarbij valt het mij op dat entertainment bij de VPRO alleen aandacht krijgt als het uit de oude doos is. Laurel en Hardy, popmuziek, musicals, noem maar op, als het ouder is dan minstens twintig jaar dan krijgt het een respectvolle documentaire, wat nu gemaakt wordt, is niet interessant. Carmiggelt heeft gezegd: als je in ons genre maar oud genoeg wordt, dan wordt het vanzelf kunst.
En nu we het toch even over de critici hebben, even tussendoor, wat ook zo opvallend is, is dat alles dat zwartgallig en negatief is hoger wordt aangeslagen dan het positieve. Liefde en blijheid is oppervlakkig, ellende en zwartgalligheid is diep en waardevol. Willen we dat de wereld zo is? Als er een Schepper bestaat zou hij het dan zo bedoeld hebben?
Ik denk dat het misverstand zit in de eerder genoemde industrialisering van 'kunst en cultuur', of wat daar dan vroeger onder viel. Wie televisie maakt wordt toch geacht idealistisch te denken en niet commercieel. Niemand verwijt een slager die niet van lever houdt dat hij het toch verkoopt, terwijl er schande gesproken wordt van televisieproducenten die een product maken om geen andere reden dan omdat het gevraagd wordt. In die branche moet je per se iets maken dat ook je eigen smaak is, anders ben je volkomen fout bezig. Er is alleen nou eenmaal meer behoefte aan patatzaken dan aan sterrenrestaurants, dus als de televisie een democratisch medium is dan worden er dus meer zakjes patat dan porties zwezerik geserveerd. Dat men vervolgens veronderstelt dat op de consument gerichte producten bij de commerciële televisie slordig en zonder liefde gemaakt wordt, omdat men alleen met de verdiensten bezig zou zijn, is suggereren dat ze bij Ahold en Unilever ook niet hun best zouden doen. Geld verdienen is ook mooie dingen maken, kwaliteit leveren, je best doen er iets moois van te maken.
Hoe dan ook, ik vind televisie, die altijd werkt met het spanningsveld van commercie met de smaak van de maker, een schitterend medium en ik ga er vanuit dat het digitale tijdperk er alleen maar een verdieping van zal zijn. En voor mij is er niets oppervlakkigs aan. Het brengt ons én Nietsche én ganzenborden. Heerlijk.

De sitcom

De sitcom is de zedenschets van deze tijd. Sinds I Love Lucy en The Honeymooners (De serie die model stond voor The Flintstones en die bij ons heruitgebracht is als Toen Was Geluk Heel Gewoon) zijn er over de gehele westerse wereld honderden sitcoms geproduceerd die elk haarscherp de cultuur, de zeden en de gewoontes van het land van herkomst weerspiegelen. Wil men over honderd jaar een beeld krijgen van de zeden en gewoontes
en het dagelijks leven van een bepaalde periode, dan is de comedy bij uitstek de geschikte bron daarvoor. Kijk naar All in The Family, Zeg Eens Aaa, Roseanne, In De Vlaamse Pot, The Cosby Show.
Op het moment dat ik dit schrijf worden in Nederland weinig comedy's gemaakt. Waarom? Omdat het zo'n moeilijk en relatief duur genre is waarschijnlijk. Door het live karakter van de opnames is het iets dat zich genesteld ziet in de ouderwetse traditie van het theater, wat betekent dat het moment van afrekening altijd heel dichtbij en zeer direct is. Iets is leuk of niet. Klaar.
Wat is dat eigenlijk? 'Leuk'. Wanneer is iets leuk en wanneer niet? En gaat het daar eigenlijk wel om? Hebben we geschaterd om All In The Family? Om Zeg Eens Aaa? Om Roseanne? Of is er iets anders aan de hand?
Het spreekt aan of niet. Dat is wat telt. De kijker herkent zich, wordt bevestigd en geprikkeld tegelijk. De sitcom weerspiegelt de moraal van een samenleving en knabbelt daar aan. Een klein beetje. Het is altijd een heel klein beetje taboedoorbrekend. Vooral niet te veel, anders haakt de kijker af, het moet wel herkenbaar blijven, en vooral niet te weinig, anders kijkt de kijker niet, dan is er geen prikkel. Een goeie sitcom zegt iets over het dagelijks leven van de kijker, op een originele en frisse manier.
En dan komt de lach vanzelf.
Wat is een comedyserie eigenlijk? Een paar kenmerken:
Er is geen ontwikkeling. De karakters zijn aan het eind van de aflevering weer of nog wie ze waren toen de aflevering begon en de situatie waarin ze leven is ook weer dezelfde of nog dezelfde.
Het zijn single plays. Elke aflevering heeft een op zichzelf staand verhaal.
Het geheel is met niet (beter is: zonder) zichtbaar publiek opgenomen. Er klinkt dus gelach.
Het meeste of alles wordt in een studio opgenomen.
De duur is 25 minuten.

Een comedy is een statische machine. De karakters zijn vaak stereotypisch, of hebben vaak één stereotypische hoofdeigenschap. Iemand is altijd gierig, of altijd jaloers of altijd verliefd. En die eigenschap haakt in op één van de eigenschappen van de andere karakters en zo ontstaat het basisconflict. Elke aflevering is een variatie op het thema. Hoe zou hetzelfde spelletje deze keer gaan? De serie Who is the boss? met Judith Light en Tony Danza gaat over een vrouw met een drukke baan die een man inhuurt voor het huishouden. De twee zijn voor elkaar geschapen maar dat wordt nooit geconsumeerd. De seksuele spanning die er tussen hen bestaat is de basis voor de serie.
Enige ontwikkeling is echter soms onvermijdelijk. In Cheers bijvoorbeeld was er een belangrijke castwissel en dat betekent een noodzakelijke ontwikkeling. De schrijvers zorgden er echter voor dat er zo snel mogelijk weer een repeterende breuk ontstond, zodat de kijker weer elke week hetzelfde kreeg voorgeschoteld maar toch anders.
Als je het zo schildert lijkt het werken aan een comedy een geestdodende zaak, waarbij je elke keer hetzelfde kunstje moet uithalen. Uit ervaring kan ik zeggen dat dat een misvatting is. Elke aflevering blijft een enorme uitdaging, elke week kan je putten uit ervaring maar moet je toch weer een beetje opnieuw het wiel uitvinden. En je raakt nooit uitgepraat over hoe je een zin het beste kan formuleren, spelen op in beeld brengen.
En het is de beste leerschool die er bestaat. En dat geldt voor alle disciplines. Een acteur die honderd afleveringen sitcom in zijn achterzak heeft zitten komt in de rest van zijn carrière niet meer voor verrassingen te staan. Misschien wel voor beperkingen, maar niet voor verrassingen. Het opgebouwde arsenaal techniek is zo groot dat hij elke klus aan kan.
En dat geldt ook voor regisseurs en schrijvers. Het is techniek, techniek, techniek. En het is het maken van vele kilometers, zodat de intuïtie een bron van ervaring krijgt om uit te putten.

De toon

In mijn definitie zijn er eigenlijk twee soorten sitcom: het blijspel en de comedy.
De eerste soort handelt over de goede eigenschappen van de mens. De Nederlandse traditie heeft verschillende daarvan voortgebracht. Annie Schmidt, Eli Asser en Chiem van Houweninge maakten ze. Er was niets groots of ergs aan de hand en de mensen hielden van elkaar. De Britse comedy is vaak zwarter, handelt vaak over frustratie en onderdrukte seksualiteit. Daar gaat het eigenlijk altijd over hypocrisie, over boter op het hoofd. Eenvoudig voorbeeld, op grapniveau, is het volgende:

John: David, ik geef je honderd euro als ik met je vrouw naar bed mag.
David: Wat zeg je? Ben jij gek? Met mijn vrouw naar bed? Ben jij besodemieterd!
John: Tweehonderd.
David: Nee zeg, hou op. Hoe haal je het in je hoofd? Je denkt toch niet dat ik gek ben?
John: Driehonderd!
David: John, hou op! Wat is dit voor flauwekul? Nu kappen! Wat is dit voor belachelijk voorstel?
John: Duizend dan.
David: Schikt het eind van de middag?

Ik houd van beide genres. Aanvankelijk maakte ik meer de wat hardere comedy, maar met het ouder en milder worden heb ik ook de schoonheid in het blijspel ontdekt. Wij Nederlanders wonen nou eenmaal tussen de Duitsers en de Engelsen in en wat kun je beter zijn dan jezelf? Wij maken iets dat er tussenin zit!
Ook de speelstijl wordt beïnvloed door de genrekeuze. Kijk naar Keeping Up Appearences of Fawlty Towers tegenover The Cosby Show of Oppassen. De eerste twee zijn vette comedy's, handelend over de foute ijdelheid van de hoofdkarakters, de andere twee zijn blijspelen met beminnelijke personages, die je als vriend zou willen hebben. Wat die eerste twee series betreft, daar in kun je zien dat een rol zo vet en zo groot gespeeld mag worden als de acteur aan kan. Hoe groter het talent hoe meer het buiten de werkelijkheid mag zijn. John Cleese als Basil Fawlty speelt een vette, vette klucht, maar zo fenomenaal goed, dat het nergens, binnen zijn eigen realiteit, ongeloofwaardig wordt.
Het moge duidelijk zijn dat ik geen waardeoordelen uitspreek. Het is niet zo dat ik het ene genre meer waard vind of hoger aansla dan het andere. Natuurlijk is er ook zoiets als smaak, maar die is godzijdank persoonlijk en ik ben zelf eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in het feit of iets goed gedaan is binnen het genre. Gewoon, omdat ik zo van het vak houd.

De werkwijze

De werkwijze zoals die door mij normaal gehanteerd wordt is de volgende. Van lege pagina tot uitzending. Eerst het script.

Vaststelling van het onderwerp. Waar gaat de aflevering over? Wat is de tweede lijn?
Goedkeuring daarvan door de opdrachtgever.
Plot in eerste versie.
Commentaar van de dramaturg.
Plot in tweede versie.
Commentaar van de dramaturg. (Herhalen tot de plot is goedgekeurd)
Eerste dialoogversie.
Commentaar van de dramaturg.
Tweede dialoogversie. (Herhalen tot de dialoogversie is goedgekeurd.
Dialoogversie naar een gagwriter, voor het toevoegen van extra grappen.
Beoordeling daarvan. Sommige gags worden gehouden, andere weer geschrapt.
Definitieve versie van het script naar de opdrachtgever.
Na goedkeuring stuurt de opdrachtgever het script naar de productie.
Script gaat naar styliste, set dresser, make up, rekwisiteur.
Casting van de gastrollen.

Dan de vervaardiging van de aflevering.

Maandag: 11.00. Lezing van twee scripts. Dat voor over twee weken en dat voor deze week. (Dat wordt dan dus voor de tweede keer gelezen).
Maandag 13.00. Mise en scène van de aflevering van deze week, aanpassingen van het script voor volgende week.
Dinsdag. 10.30 tot 17.00. Droge repetities. Alleen regisseur, acteurs en de regie assistente.
Woensdag 10.00 - 13.00. Droge repetities.
Woensdag 14.00 - 16.00. Producers run through. Een doorloop voor de producent, schrijver en de opdrachtgever. Opmerkingen na afloop van elke scène. Eventuele wijzigingen.
Woensdagavond: beeldregisseur maakt het draaiboek.
Donderdag 9.30 - 17.30. Camerarepetities. Licht en geluid. De laatste take wordt op DVD opgenomen.
Donderdag 17.30. Met zijn allen terugkijken van het resultaat. Opmerkingen van de producent/ schrijver. Aanpassingen aan het draaiboek.
Vrijdag 14.30- 18.30. Generale repetitie. Die wordt geheel opgenomen.
Vrijdag 20.00 - 22.30. Opname met publiek. Eventueel kunnen er scènes of aparte shots uit de generale repetitie gebruikt worden. Als een scène bijvoorbeeld erg goed gaat, maar een klein foutje heeft (bijvoorbeeld: geluidshengel in beeld), dan wordt dat shot 'uit de middag gehaald'.
Later die week: montage, geluidsnabewerking etc.
Band wordt bekeken door producent en opdrachtgever en van opmerkingen voorzien
Definitieve montage.
Uitzending. (Vaak een half jaar of meer later)

Een paar opmerkingen:

Soms zijn er buitenopnames. Die worden dan ergens in de week gedaan. Op dinsdagochtend bijvoorbeeld. Na montage wordt die scène aan het publiek op vrijdagavond getoond.
Steeds meer wordt er gebruik gemaakt van twee regisseurs: één voor beeld en één voor spel. Normaal gesproken is dat iets voor één persoon, maar er is bijna niemand die het allebei kan.
De zogenaamde ingeblikte lach bestaat niet en ook weer wel. Alle lach is echt, maar soms wordt die iets aangezet, als we vinden dat de grap het toelaat.

Het script

Kinderen Geen Bezwaar aflevering 79
Grote Oma

Scène 1.

De keuken. Gerard komt daar binnen. Daan pakt net iets te drinken.

GERARD
Och jongen toch. Jongejongejonge.

DAAN
Wat is er?

GERARD
Op de snelweg stond ik achter een vrachtwagen met varkens. Wat is dat toch vreselijk. Zo'n wagen helemaal stampvol. En dan met van die kleine kieren tussen de planken. En die beesten met die snuiten vechten om een beetje frisse lucht op te zuigen. Dat is toch vreselijk? Ik kan daar niet naar kijken.

DAAN
Je hoeft er toch ook niet naar te kijken?

GERARD
Nee, niemand kijkt er naar. Iedereen kijkt de andere kant op. Het interesseert ze niks. Vreselijk. Ik vind het zo zielig voor die beesten.

DAAN
Maar dat duurt niet lang hoor. Voordat je het weet liggen ze hier in gezouten plakjes in de ijskast.

Gerard kijkt hem aan.

GERARD
God ja.

DAAN
En daarna liggen ze lekker in de pan te sudderen onder een paar eieren. Kon slechter. Toch?

GERARD
Wij doen er gewoon elke dag aan mee.

Hij opent de ijskast, zoekt en vindt een ons spek.

GERARD
Je denkt er niet aan dat je hier plakjes lijk in de ijskast hebt liggen.

Hij pakt een plakje en kijkt ernaar.

GERARD
Is toch walgelijk eigenlijk?

DAAN
Als 't lekker uitgebakken is, vind ik het niet zo walgelijk.

GERARD
Ik vind het opeens heel erg eng allemaal. En doodzielig.

Hij kijkt ontroerd naar het spek.

GERARD
Dit rolde vorige week nog lekker in de modder.

DAAN
Ga je nou opeens zitten snotteren bij een ons spek?

GERARD
Het is een levend wezen geweest. Met gevoel. En angst. En pijn.

DAAN
Pa, alsjeblieft.

GERARD
En als het nou dood mens was?

DAAN
Hangt er van af wat voor mens. Een uitsmijter met een paar plakjes Britney Spears. Niks mis mee.

Blik van Gerard.

Scène 2.

De therapieruimte. Ochtend. Maud aan de telefoon.

MAUD
Jawel mam, maar ik vind…..[..] Ja mam, maar het is t…. [..] Natuurlijk mag dat, maar j….[..] Ja ja ja. Maar ik dacht dat jij misschien…[…] Ma, luister nou even, ik…[…]

We horen onverstaanbaar getetter van Virginie aan de andere kant. Maud houdt de telefoon een stuk van haar oor verwijderd. En luistert. Dan valt het even stil. Ze brengt de telefoon weer naar haar mond.

MAUD
Maar mam, ik…

En het getetter gaat weer verder. Nu legt ze zelfs de telefoon neer. En gaat verder met haar werk. Ze staat zelfs op om een dossier te pakken. Soms buigt ze zich tussendoor even naar de telefoon toe.

MAUD
Nou zeker.

En ze gaat weer verder.

MAUD
Absoluut.

En weer verder.

MAUD
Je hebt helemaal gelijk.

Dan plotseling stopt het geluid. Maud sprint naar de telefoon en pakt die op.

MAUD
Goed mam, hartstikke leuk je even gesproken te hebben, maar ik moet nu…

Het getetter begint weer. Maud vertrekt haar gezicht en doet alsof ze de telefoon probeert te wurgen .

MAUD
Ik moet je nu echt ophangen.

Maud verbreekt de verbinding met een venijnige druk op de knop.

MAUD
Of elektrocuteren. Of eerst ophangen en dan elektrocuteren, voor alle zekerheid.
Pffff.

Scène 3.

De keuken. Iets later. Maud, Daan en Gerard. Gerard staat met een boek over de bio-industrie.

MAUD
Ik had mijn moeder net aan de lijn.

Daan en Gerard kijken op.

DAAN
Grote Oma?

MAUD
Grote Oma is back in town. En ze wil vanavond langskomen.

DAAN
Schuttersputjes graven jongens. Move move move.

GERARD
Vanavond? Komt ze eten?

MAUD
Ja.

GERARD
O.

DAAN
Wat komt ze doen?

MAUD
Ze heeft gehoord dat je een vriendin hebt en nu wil ze d'r komen bekijken.

DAAN
Wie zegt dat ik een vriendin heb?

MAUD
Wou je zeggen dat je geen vriendin hebt dan?

DAAN
Nee, je kan niet zeggen dat ik geen vriendin heb, maar je kan ook niet zeggen dat ik wel een vriendin heb.

MAUD
Typisch mannelijk standpunt. Ontzettend macho.

GERARD
Goed hè? Is mijn zoon.

MAUD
Inke is jouw vriendin, Daan. En grote oma wil d'r komen bekijken.

GERARD
Dat klinkt als een soort vleeskeuring.

MAUD
Dat is het natuurlijk ook.

DAAN
Ze komt vanavond al?

MAUD
Eind van de middag.

Even vallen ze stil.

GERARD
Poe poe.

DAAN
Zeg dat wel.

MAUD
Ja, het is pittig.

In deze toch wat beklemmende stilte komt Inke binnen. Door de achterdeur. Men kijkt haar aan. Eerst heeft ze nog niks in de gaten.

INKE
Hai.

MAUD
Hai.

GERARD
Hai.

DAAN
Hai.

Inke zet haar tas neer, trekt haar jas uit en voelt dan dat er iets is.

INKE
Is er iets?

DAAN
Ehh…

GERARD
Ja, hoe leg je zoiets uit?

INKE
Is er iemand dood? Iemand zwanger? Ik?

MAUD
Inke, ik denk dat het goed is dat wij even een gesprek onder vier ogen hebben.

INKE
Ik hoef toch niet weg?

GERARD
Nee nee nee.

MAUD
Nee, ik moet je ergens op voorbereiden. En ik denk dat het goed is als we daar even rustig over praten.

GERARD
Ik denk ook dat dat goed is.

DAAN
En dan is het misschien een idee dat ik een weekje bij een vriend ga logeren of zo?

MAUD
Absoluut niet. Je blijft er bij.

INKE
Waarbij?

DAAN
Grote oma komt vandaag.

INKE
Wie is dat?

GERARD
Grote oma is..eh..

DAAN EN MAUD
Grote oma!

INKE
Leuk!

Men kijkt wat pijnlijk.

MAUD
Zo leuk is het niet.

INKE
Nee?

MAUD
Ik kan wel iets noemen dat leuker is.

INKE
O.

MAUD
Een wortelkanaalbehandeling bijvoorbeeld.

GERARD
Zonder verdoving.

DAAN
Door een dierenarts.

Scène 4.

Maud en Inke in de therapieruimte.

INKE
Maar wat is daar dan zo erg aan?

MAUD
Mijn moeder is iemand die zegt wat ze denkt.

INKE
O jee. [Second thought] Is dat erg?

MAUD
Als mensen gaan zeggen wat ze denken, dan gaan we los, dan is de ellende niet te overzien. Jij zegt toch ook niet tegen iemand met vieze gele tanden wat heeft u vieze gele tanden? Jij zegt toch ook niet tegen een moeder met een domme irritante kutkoter wat heeft u een domme irritante kutkoter?

INKE
En dat doet zij allemaal wel?

MAUD
Ja.

INKE
Kan ook leuk zijn.

MAUD
Geloof me, het is niet leuk. Ze heeft vroeger al mijn vriendjes gekeurd en die zijn allemaal gillend weggerend.

INKE
Behalve de vader van Julia dus.

MAUD
Behalve de vader van Julia en daar ben ik toen van schrik maar meteen mee getrouwd en dat had ik dus nooit moeten doen. Dus eigenlijk is het gewoon allemaal haar schuld. Verrek ja, het is eigenlijk allemaal haar schuld.

INKE
Maar wat doet ze dan? Is ze heel erg kritisch of zo?

MAUD
Heeft een olifant een lange snuit? Is de paus katholiek? Kan Pieter van de Hoogeband zwemmen?

Reactie Inke. Ze begrijpt het.

Scène 5.

Gerard en Daan in de keuken. Gerard klapt daar het boek dicht.

GERARD
Oké. Ik heb besloten.

DAAN
Sommige hebben een kleintje en anderen hebben een grote.

GERARD
Ik doe het niet meer.

DAAN
Wat doe je niet meer?

GERARD
Iets eten dat leeft.

DAAN
Ik heb nog nooit iets gegeten dat leeft.

GERARD
Iets eten dat geleefd heeft, bedoel ik.

DAAN
Word je vegetauriër?

GERARD
Het is een besluit en daar kom ik niet op terug. Wat je allemaal leest over die bio-industrie, dat is allemaal zo vreselijk. Ik eet gewoon nooit meer vlees.

DAAN
Wat dan wel?

GERARD
Er bestaat toch ook zoiets als brood en fruit en groente?

DAAN
O god nee. Dus vanavond eten we vooraf broccolisoep, da arna broccoli met broccoli en broccoli en dan broccolipudding toe.

GERARD
Maak je geen zorgen, we gaan heel gevarieerd eten.

DAAN
Tuurlijk. We eten de broccoli met mes en vork, met de handen, via een infuus. Noem maar op.

GERARD
Ik heb besloten. Klaar.

DAAN
Je weet dat mensen die dat doen altijd heel erg bleek zijn en de hele dag scheten lopen te laten?

GERARD
Je gaat toch geen scheten laten van geen vlees eten?

DAAN
Nee, van kikkererwten. Als je geen vlees eet, ga je kikkererwten eten. En zeewier. En schaamhaar van struisvogels en zo!

Scène 6.

De zitkamer. Daan met Inke en Maud die net van de gang komen. Daan heeft net verteld van Gerard. Dat ie geen vlees meer eet.

MAUD
Dat meen je niet.

DAAN
Ik meen het wel.

INKE
Ik ben het er wel mee eens.

MAUD
Maar ik niet.

Ze loopt naar de keuken waar Gerard bezig is met voorbereidingen voor het eten.

MAUD
Wat hoor ik nou? Eet jij geen vlees meer?

GERARD
Nee.

MAUD
Waarom niet?

GERARD
Omdat het zielig is.

MAUD
Gisteren niet, maar vandaag is het opeens zielig?

GERARD
Vandaag ben ik het me bewust geworden. Vandaag is het Woord vleesgeworden, zeg maar. We leven in een vrij land. Als ik geen vlees meer wil eten, dan eet ik geen vlees meer.

MAUD
Vind je dat niet een beetje…eh..?

GERARD
Een beetje wat?

MAUD
Geen vlees eten, dat vind ik iets voor meisjes van zestien. Niet voor een volwassen man.

GERARD
Wat is dat nou voor onzin? Wat heeft leeftijd er nou mee te maken?

Maud ziet wat hij aan het maken is.

MAUD
Wat maak je?

GERARD
Een groenteschotel met ei en linzen.

MAUD
Een groenteschotel met ei en linzen?

GERARD
Een groenteschotel met ei en linzen ja. Iets op tegen?

MAUD
Voor jezelf is dat? En voor ons gooi je straks de tournedootjes sissend in een pakje gesmolten roomboter, toch ?

GERARD
Nee, dit eten we allemaal vanavond.

MAUD
Ho even. Omdat jij opeens soft vegetarisch bent zijn wij het ook?

GERARD
Dat kan ik niet van jullie eisen.

MAUD
Dat dacht ik ook.

GERARD
Ik maak het alleen niet meer. Ik bak en braad geen lijken meer.

MAUD
Lijken?

GERARD
Zo'n kip is gewoon een kaalgeplukt en leeggehaald lijk. Zo is het.

MAUD
Je slaat door, schat. Zoals gewoonlijk.

GERARD
Hoe zou jij het vinden om kaal en naakt uit de diepvries te worden gehaald om een kastanjevulling en een bos peterselie in je reet gepropt te krijgen?

MAUD
Weer eens wat anders in ieder geval. Je bent gestoord, Geer. [Ziet de eieren] O, maar je eet wel ei? Dat zijn embryootjes hè? Eten we gebakken embryootjes of gekookt? Dan moet je ook consequent zijn. Dan ook geen eieren.

GERARD
Oké. Prima. Gaan die eieren ook weg.

En hij gooit ze zo in de vuilnisbak.

GERARD
Zo. Een ei hoort er niet meer bij.

DAAN
Dat vind ik nou eigenlijk nog erger. Ik bedoel, wat zou jij liever willen, dat je in schijfjes in een groenteschotel met linzen ging of dat je moest wegrotten in de vuilnisbak?

MAUD
En ook geen vis en ook geen schoenen en geen broekriem, want dat is ook allemaal van dieren gemaakt.

GERARD
Prima. Je hebt helemaal gelijk.

Hij schopt zijn schoenen uit en trekt zijn riem uit zijn broek. Die hij nu met één hand moet ophouden.

GERARD
Ik zal consequent zijn. Geen probleem.

DAAN
Is dat nou niet veel moeilijker, vegetarisch koken?

GERARD
Waarom zou dat moeilijker zijn?

DAAN
Ik weet het niet. Omdat je maar één hand kan gebruiken?

Scène 7.

De zitkamer. Later. Daan en Maud zitten op Inke in te praten.

MAUD
Misschien is het gewoon het beste als je in het begin zo min mogelijk zegt.

DAAN
Of alleen kleine dingetjes.

MAUD
'Wil je nog koffie?'

DAAN
'Graag.'

MAUD
'Nog een koekje?'

DAAN
'Alstublieft.'

MAUD
Zeg nooit: ik ben moe.

DAAN
Of: ik vind dat niet leuk.

MAUD
Of: getver het regent.

DAAN
Of ik verveel me.

MAUD
Oeee nee, zeg nooit: ik verveel me.

DAAN
Nooit.

INKE
Maar wat gebeurt er dan als je dat allemaal wel zegt?

MAUD
Dan krijg je een preek van een half uur. Vol beledigingen en onderhuidse steken onder water.

DAAN
EN onderhuids En onder water.

INKE
Wauw. Maar waar gaat die preek dan over?

DAAN
Over vroeger.

MAUD
En over hoe zij dat allemaal veel beter deed.

DAAN
En nog steeds.

MAUD
Nog steeds kan ze alles beter, doet ze alles beter, weet ze alles beter. Terwijl ze wel de hele dag zegt: ik bemoei me d'r niet mee hoor. En ze wil ook de hele dag verzorgd worden. Hapjes, drankjes, taartjes, koekjes(, noem maar op). Maar ze zegt de hele tijd: nee, ik hoef niks, laat maar.

DAAN
Ik denk dat het het beste is als je lief glimlachend op de bank gaat zitten en gewoon helemaal niks zegt. Sowieso is dat goed.

MAUD
Ook als ze iets vraagt. Gewoon niks zeggen en glimlachen. Dat is het beste.

DAAN
Maar blijven glimlachen!

MAUD
Oké?

INKE
Oké. Best.

DAAN
Doe eens voor.

INKE
Zo?

Ze glimlacht.

DAAN
Prima. Niks meer aan doen. Hou dat vast!

Daan brengt zijn duimen en wijsvingers bij elkaar en doet alsof hij het gezicht van Inke op de foto wil vastleggen.

Scène 8.

Maud laat Virginie, grote oma, binnen door de voordeur. De deur naar de zitkamer is dicht. Maud praat wat gedempt.

MAUD
Kom binnen, mam.

VIRGINIE
Wat stinkt het hier in de buurt, zeg.

MAUD
Dat was de vorige keer ook zo. Dat zei je de vorige keer ook.

VIRGINIE
Dan zeg ik het nu weer. Moet ik de hele dag gaan lopen opletten of ik misschien iets zeg dat ik al eens eerder heb gezegd? Je vader zei elke dag hetzelfde, 35 jaar lang. En ik heb 35 jaar geluisterd. En weet je waarom?

MAUD
Voor mij, mam. Jullie zijn voor mij bij elkaar gebleven.

VIRGINIE
Bottom line: ja. Ik bedoel, als je aan een gezin begint, moet je het ook afmaken. Ik had liever je vader afgemaakt dan het gezin, maar goed. Dat is nakaarten. Is het nieuwe meisje thuis?

Maud pakt haar jas aan.

MAUD
Ze is thuis, mam, maar ik wil even iets met je afspreken van tevoren.

VIRGINIE
Wat doe ik nou weer verkeerd?

MAUD
Inke is een lief en kwetsbaar meisje en de liefde met Daan is nog vers en broos, dus je zou me een groot plezier doen als je…

VIRGINIE
Hoe heet ze? Hinke?

MAUD
Inke.

VIRGINIE
Inke? Wat is dat nou voor naam?

MAUD
Zo heet ze.

VIRGINIE
Wie noemt zijn dochter nou Inke?

MAUD
Haar ouders. Maar dit is precies wat ik bedoel, mam.

VIRGINIE
Ik heb jou gewoon Maud genoemd. Als je een jongen was geweest, was het Henk geworden. Of Frans. Of Pieter. Een gewone naam. Geen Freek-Balthazar-Edwin. Of Gert-Joost-Jonathan. Dat soort onzin.

MAUD
Mam, mag ik even? Inke is een gevoelig meisje. Zou je zo vriendelijk willen zijn geen commentaar te geven of d'r naam, d'r kleding, hoe ze praat, hoe ze lacht, hoe ze beweegt en hoe ze met 'r ogen knippert. Wil je dat doen, alsjeblieft?

VIRGINIE
Ik doe helemaal niks. Ik kom gewoon kijken naar mijn aanstaande kleinschoondochter. Of mag dat ook al niet?

MAUD
Het is niet je aanstaande kleinschoondochter, mam.

VIRGINIE
Is het niet serieus? Waar doe ik dan al die moeite voor?

MAUD
Jij wou komen! Het is gewoon zijn vriendinnetje. Verder niks. Oké?

VIRGINIE
Oké oké. Rustig. Wat ben je opgefokt, meisje. Komt dat nou allemaal door mij? Wat een onzin. Ik ben geen terrori st.

MAUD
Gelukkig maar. Voor Bin Laden.

VIRGINIE
Wat zeg je?

MAUD
Binnen. Ik wil je binnen laten. Kom binnen.

Reactie Virginie.

Scène 9.

Iets later. De zitkamer. Men zit daar gespannen klaar met de thee. Inke op haar paasbest, met een ijzeren glimlach om de mond. Maud en Virginie zijn net binnengekomen. Virginie geeft Inke net een hand.

VIRGINIE
Inke? Leuke naam. Inke, schattig.

Ze werpt een blik naar Maud en gaat zitten.

VIRGINIE
Zit ik hier, Govert?

GERARD
Gerard. Ja Virginie. Dat is prima, ga maar zitten. Kopje thee?

VIRGINIE
Als het er af kan.

Ze gaat zitten. De anderen ook. Gerard schenkt haar thee in. En babbelt om de sfeer er in te houden.

GERARD
Zohoo. Kopje thee. Net gezet. Mango met bosvruchten. Altijd goed. Eeuwig succesnummer. En ik heb kokosmakronen. Wie wil d'r een kokosmakroon?

Niemand antwoordt. Ze luisteren niet.

GERARD
Nou graag, Harold.

En hij neemt er zelf een. Hapt en eet.

GERARD
Heerlijk, die kokosmakronen. Waar haal je die nou, Helmert? Bij het bakkertje. O, bij het bakkertje. Ja, bij het bakkertje. Mmm. Heerlijke kokosmakronen.

Hij valt stil. Stilte.

GERARD
Zo. Gezellig.

Virginie kijkt naar Inke die haar beste glimlach op zet. Virginie gooit een gemaakte grijns terug.

Scène 10.

De keuken. Rustig gebabbel klinkt in de voorkamer. Het voorgerecht staat klaar. Gazpacho. Gerard schept het net in de borden. Daan staat bij hem.

DAAN
Gaat goed hè?

GERARD
Heel goed.

DAAN
Ik heb 'r nog nooit zo stil meegemaakt. Ze zegt bijna niks.

GERARD
Ik geloof dat Maud er even geïnstrueerd heeft van tevoren. [Hij roept naar de kamer.]
Komen jullie eten, vrienden? De soep is opgediend.

VIRGINIE
[Buiten beeld] Mag ik blijven eten? Toe maar.

DAAN
Een beetje gek is het wel. Ik bedoel, zo ken ik er niet. Het voelt toch een beetje zoals de tsunami. Dat de zee dan eerst heel rustig wordt en zich terugtrekt om daarna keihard aan te vallen.

GERARD
Ach nee, ben je gek. Eigenlijk is het een schat van een vrouw.

Het gezelschap komt de keuken binnen.

VIRGINIE
Zo. Wat heb je voor ons gemaakt, Eimert?

GERARD
Gerard. We beginnen met gazpacho.

VIRGINIE
Gats. Met pasto?

GERARD
Gazpacho. Spaanse tomatensoep

VIRGINIE
Wat is er mis met de Hollandse?

GERARD
Niks. Maar dit is ook heel lekker. Is kouwe soep.

VIRGINIE
Ja logisch. Als het helemaal uit Spanje komt.

Ze gaat zitten.

MAUD
Gerard is macro vegetarisch geworden, mam.

VIRGINIE
Wie is Gerard?

GERARD
Ik ben Gerard.

VIRGINIE
Och ja natuurlijk. Wat ben je geworden?

GERARD
Vegetarisch. [Wat nerveus] Ga zitten, jongens. Enjoy, enjoy.

VIRGINIE
Vegetarisch? Je bent toch een man van vlees en bloed?

MAUD
Zullen we het gezellig houden, mam?

VIRGINIE
Ik zeg toch niks tegen dat meisje? Tegen Evert mag ik toch wel wat zeggen?

GERARD
Gerard.

MAUD
Hij heet Gerard.

VIRGINIE
Dat krijg je. Als ik nooit iets tegen 'm mag zeggen, dan vergeet ik zijn naam. Dan raak ik er uit.

MAUD
Wat is dit weer voor redenering?

GERARD
Jongens jongens jongens. Laten we het gezellig houden. Ga eten. Proef het maar eens, Virginie. Misschien vind je het best lekker. Het is berengezond. En je mag me Govert, Evert, Helmert, Eikelt of Zundert noemen, dat maakt me allemaal niet uit. Oké?

VIRGINIE
Fijn.

GERARD
Smakelijk eten.

ALLEN BEHALVE VIRGINIE
Smakelijk eten. Bon appetit etc.

VIRGINIE
Maar ik mag toch wel wat zeggen bij het eten? Mensen converseren tijdens de maaltijd. Dat is heel normaal.

GERARD
Je mag alles zeggen. Zeg maar wat je wilt.

VIRGINIE
Ja nee, nou hoeft het niet meer. Ik zal me maar op de soep van Sinterklaas storten. Voordat ie warm wordt.

Ze eten.

GERARD
En?

VIRGINIE
En wat?

GERARD
[Vraagt Virginie] Hoe vind je het? De soep?

VIRGINIE
Mwa.

GERARD
Kijk eens aan. Dat valt dan weer mee.

Hij houdt de moed er in. Men eet.

VIRGINIE
Maar luister nou eens, Volkert.

GERARD
Gerard.

VIRGINIE
Gerard. Je bent een man. Toch? Dus ben je een roofdier. Dat is je natuur.

MAUD
Ik vind Gerard geen roofdier.

VIRGINIE
Alle mannen. Ik vind als je als man geen vlees eet, dan ben je een mietje.

GERARD
[Houdt zich in en wuift Maud stil] Ach ja, en zo hebben we allemaal recht op onze opinie.

VIRGINIE
Een man moet zijn tanden in een karkas zetten, dat hij met zijn kaken versplintert. En waar hij dan het leven uitzuigt.

GERARD
Een kruimig aardappeltje is ook best lekker hoor.

VIRGINIE
Wat eten we hierna? Worteltaart?

Inke ergert zich.

GERARD
Zoiets. Heb je gezien hoe die gazpacho eruit ziet? Net bloed. Mmmm.

Hij eet.

VIRGINIE
Je weet dat als je geen vlees eet dat je dan in bed ook niks meer presteert hè? Op den duur.

GERARD
Nee, dat weet ik niet.

MAUD
Mam.

VIRGINIE
Dat is zo. Een man moet stijf staan van de adrenaline. De angst van het gestorven dier, dat zit in het bloed van het beest en dat komt dan in zijn bloed en dan komt het beest in hem naar boven en dan sleurt hij jou zijn grot binnen en zo blijft de soort in stand. Als ie geen vlees eet, komt er niks van terecht.

Heel even stil. Dan:

INKE
Wat een gelul zeg.

Allen verstijven en kijken naar Inke.

VIRGINIE
Sorry?

INKE
Wat een bullshit. Ik bedoel, ik vind alles best, maar er zijn grenzen.

VIRGINIE
Het is zo. Mannen die geen vlees eten…Ommert…

INKE
[Valt haar in de rede] We gaan nu eten. Ommert hier heeft een paar uur in de keuken gestaan, dus nu even dimmen en happen. Oké?

Reactie Virginie. Te verbaasd om iets te zeggen.

Scène 11.

De zitkamer. Na het eten. Men drinkt nog wijn door. Inke en Virginie tegen elkaar. Het gaat er pittig aan toe.

VIRGINIE
Het is gewoon zo. Mannen die geen vlees eten kunnen niks klaarmaken. Mauds vader heeft ook zo'n periode gehad. Hij zag me niet eens liggen.

INKE
Kan natuurlijk ook door iets anders zijn gekomen.

VIRGINIE
Door wat dan?

INKE
Hoeveel jaar was u toen getrouwd?

VIRGINIE
Weet ik veel. Honderdzestig of zo.

INKE
Misschien had ie na honderdzestig jaar niet zo'n zin meer. Dat zou ook kunnen.

VIRGINIE
Maar toen ie nog vlees at sprong ie nog van het ene nachtkastje naar het andere!

MAUD
Nooit iets van gehoord.

INKE
En toen ging ie geen vlees eten en toen zei u meteen dat u dat mieterig vond?

VIRGINIE
Ja natuurlijk. Een man eet vlees. Kom op nou.

INKE
Als u 'm een mietje noemt, dan is dat natuurlijk niet echt motiverend. Misschien dat ie daarom geen zin meer had. Dat kan natuurlijk ook.

GERARD
Vegetariërs doen het ook, hoor. Echt waar. Geloof me.

MAUD
Ja mam, ik denk inderdaad niet dat het klopt wat je zegt. Anders zou daar heus wel iets over bekend zijn.

VIRGINIE
O nou is iedereen opeens tegen me?

DAAN
Ik niet hoor. Het maakt mij niet uit.

VIRGINIE
Het maakt hem allemaal niet uit. Hij heeft alleen maar groentesoep en worteltjestaart gegeten. Er zit totaal geen pit in die jongen.

INKE
Wat weet u daarvan? Hij barst van de pit.

DAAN
Als je pit wil hebben, moet je bij mij zijn.

VIRGINIE
Ik vind de mannen in dit huis geen echte mannen. Dat is gewoon zo. De vrouwen zijn hier de baas. Dat is duidelijk.

INKE
O, en dat was vroeger bij u thuis anders? Uw man was de baas? Laat me niet lachen.

VIRGINIE
Wat weet jij daar van? Wat ben jij een ongelofelijke wijsneus zeg, op jouw leeftijd. Wat weet je d'r van?

INKE
Misschien niet zoveel. Maar als je op mijn leeftijd bullshit uitkraamt is dat wel even iets anders dan op uw leeftijd. Dus misschien moet u een beetje dimmen, oma. Oké?

Die komt aan. Virginie kijkt haar aan. Even stil. Dan:

VIRGINIE
Goed wijf ben jij zeg.

En ze steekt haar duim naar Daan op.

VIRGINIE
Goed gedaan, Daan.

Scène 12.

De keuken. Iets later. Binnen klinkt hard gelach en gepraat. Men heeft duidelijk lol. Gerard staat bij de ijskast en eet stiekem een paar plakjes rosbief. Maud komt binnen en ziet het.

MAUD
Wat doe jij?

GERARD
Ja, ik eh..voelde me een beetje flauw. Ik had zin in eh…

MAUD
Vlees. Bloed, karkas, heilzame lichaamssappen.

GERARD
Ja.

MAUD
Wauw. Zullen we vroeg naar bed gaan?

Ze lachen. Tune gaat lopen.
Einde.

In de opgenomen aflevering volgt hier dan nog een korte scène na, die doorloopt tijdens de aftiteling en die buiten het verhaal staat. Maud en Gerard praten nog na in bed.

Met letters komma's en zinnen - Verwoord ik wat er van binnen
vergeten, gevoeld en bedacht is - Als het nacht is
de nacht overwinnen met woorden - met woorden een wereld verzinnen
die, alsof het een straf is - steeds dwingt, als het af is
van voren af aan te beginnen - met letters en komma's en zinnen