| Haye van der Heyden |
|
Over schrijven
Over Schrijven
Ik ben geen schrijver met een grote S omdat het geen literatuur is wat ik produceer, dat wil zeggen, dat schijnt het niet te zijn. In het verleden heb ik daar nog wel eens een tandje over geknarst maar dat heb ik achter me gelaten. Als lezer vind ik de meeste literaire boeken nogal saai en vaak blijven hangen in mooischrijverij, wat ongetwijfeld bewijst dat ik als schrijver mezelf niet tot het gilde der literatoren mag rekenen. So be it. Ik heb besloten dat ik een ambachtsman ben en geen kunstenaar. Als we het dan toch moeten definiëren.
Toch is het geen maatwerk wat ik maak. Het is niet: u vraagt en wij draaien. Bijna alles dat ik geschreven heb, is gefundeerd in een psychologisch motief. Het zijn bijna altijd zedenschetsen die ik maak - of het nou toneelstukken, televisieseries of boeken zijn - en de ingewikkelde relatie met een erotische moederfiguur is bijna altijd het thema. Het zijn altijd sterke vrouwen die ik schep, overwinnaars, slimmerds, verrukkelijke egoïstische wezens, en het leidt weinig twijfel dat de herkomst daarvoor in mijn jeugd te vinden is. Simpel gezegd: ik denk dat ik mijn leven lang mijn treurende moeder gelukkig wil maken, terwijl ik haar tegelijkertijd verwijt dat ik die last op mijn schouders heb gekregen. Dat is mijn motief en daar gaat het allemaal over. Ik beschrijf steeds opnieuw de vrouw die ik wou dat ze was: sterk, sensueel en gelukkig. Mijn vrouwen zijn superieur, mijn mannen lulletjes en watjes.
De kans is groot dat dat zelfs de reden is dat ik bij het lichte genre ben uitgekomen. Een situatie waarbij een vrouw een man een pak op zijn sodemieter geeft valt onder de komedie, andersom is het tragedie. Dat is al zo sinds de middeleeuwen.
Ook aan komedie ligt echter altijd een of ander psychologische, religieuze of emotionele gedachte ten grondslag. Gek genoeg zou je kunnen zeggen: het gaat eigenlijk altijd over de dood. Het gaat altijd over angsten, verlangens, behoeftes, noem maar op en die zijn er omdat we ons realiseren dat het leven eindig is.
Met steeds bijna hetzelfde verhaaltje, een variatie op mijn thema, en vaak ongeveer dezelfde personages - zwakke mannen en sterke vrouwen - kruip ik met elke poging tot het ultieme kunstwerk een paar millimeter dichter naar de kern, naar de bodem van mijn gevoel, van mijn verlangen, van mijn frustratie. En er is geen grens aan de mate waarin je dichter bij jezelf kan komen, heb ik eens ergens gelezen. Als dat waar is, droogt de bron dus nooit op.
Binnen het gegeven van mijn eigen thema heb ik de plicht, vind ik zelf, de lezer, kijker of toeschouwer te amuseren. Voor mij heeft schrijven een sterk therapeutische werking, wie consumeert wat ik produceer mag daar echter - tenzij dat iets voor hem of haar oplevert - niet mee worden lastig gevallen. Alle kunst is amusement en die van mij zeker.
Is het amuseren echter weer doel op zichzelf, dan mist het spanning en lukt het niet. Nog regelmatig probeer ik iets te maken dat alleen maar leuk is en nergens over gaat en dat mislukt doorgaans. Zonder fundering bouw je geen huis.
Wat ik maar wil zeggen is dat schrijven een persoonlijk én een ambachtelijk iets is. Het moet het innerlijk van de schrijver laten zien, in welke vorm van ook, en tegelijkertijd een functioneel bouwwerk zijn. Voor dat laatste zijn wetten en regels die van het grootste belang zijn, maar wie die alleen maar braaf volgt is een dramaturg en geen schrijver. De laatste werkt met hart en hoofd tegelijk, anders wordt het of chaos of bloedeloos.
Destijds wilde ik graag acteur
worden, nu ben ik blij dat het anders is gelopen. Er is geen beroep waarmee je
zo vrij en onafhankelijk kunt zijn als het mijne en waarvan je dan ook nog zo
intens kan genieten. Ik geloof totaal niet in het writer's block of in de
lijdensweg die schrijven volgens sommigen zou zijn, integendeel, het is een
louterende en bewustmakende bezigheid die de dag reliëf geeft en de geest
scherpt. Het enige wat je daar voor moet doen is luisteren naar de impulsen van
binnenuit, en je daarvoor openstellen, vertrouwen hebben in jezelf en als een
jazzmuzikant binnen het gegeven van een akkoordenschema - voor de schrijver het
verhaal - laten komen wat er komt.
Maar laten we even beginnen met het commerciële aspect van het schrijven.
De verkoop
Naast zo nu en dan een boek en een
flinke reeks kinderboeken, schrijf ik hoofdzakelijk voor televisie en theater.
Dat betekent, als ik klaar ben is het product dat nog niet. Dan begint het
eigenlijk pas. Er moet een decor gemaakt worden, gecast, gerepeteerd,
geregisseerd, gestyleerd, gedressed, gedraaiboekt en noem maar op. En de ketting
is zo sterk als de zwakste schakel. Dat maakt het er vaak niet gemakkelijker op.
Je bent in die branche voor het eindresultaat afhankelijk van vele factoren en
niet zelden wordt de ene discipline afgerekend op het resultaat van de andere.
Iets met uitzonderlijk goeie acteurs wordt niet zelden als goed geschreven
bestempeld en andersom, en alle variaties daarop die maar denkbaar zijn.
Om te beginnen moet een project 'verkocht' worden. Een
theater- of televisieproducent, en in het verlengde daarvan de
schouwburgdirecteur of de zendgemachtigde, moet bereid zijn het financiële
risico van een productie op zich te nemen. En dan zitten we meteen zwaar in de
problemen. Hoe in godsnaam overtuig je iemand van de waarde en het belang van
datgene dat jij wilt maken? Je bent namelijk niet de enige die hem of haar aan
de kop zeurt. O nee, er zijn er meer die met hart en ziel geloven in wat hun
voor ogen staat. Veel meer zelfs. De competitie is groot en wordt steeds groter.
Kan degene met de macht eigenlijk wel beoordelen wat een goed project kan worden
en wat niet? Het gaat hier namelijk vaak om een manager die weliswaar interesse
getoond heeft in het vak maar die natuurlijk bij lange na niet zoveel ervaring
en kennis heeft als de aanbieder, om over talent en gevoeligheid nog maar te
zwijgen. En toch is hij het die de duim opsteekt of niet. Je bent afhankelijk
van zijn smaak, zijn bui, zijn timing. Er zijn zoveel factoren die een rol
spelen bij het proces van zijn beslissing. De kwaliteit van het aangebodene is
er daar maar ééntje van en het is maar zeer de vraag of die wel bij de top drie
zit.
In zijn boek Adventures in The Screen Trade
beschrijft William Goldman - scenarist van Butch Cassidy and the Sundance Kid en
Marathon Man - het proces van een bepaald scenario waar hij jaren aan werkt, op
verzoek van de filmmaatschappij daarvan steeds weer verschillende versies maakt,
om na het stopzetten van het hele project op een feestje bij toeval te horen dat
het geheel in aanvang was opgezet om een bepaalde executive uit de firma te
werken. Voordat de schrijver maar één letter op papier had gezet, ging het dus
al niet door. En daar werk je je dan voor uit de naad!
Wat een goed idee is wordt dus niet bepaald door het idee
zelf als wel door de machthebber. Die moet zeggen: 'Daar gaan we iets mee doen!'
Anders gebeurt er helemaal niks, hoe goed het idee ook is.
Even een kleine zijstap: de mega televisiehit Big Brother,
het format dat John de Mol en Joop van den Ende miljardairs maakte, lag twee
jaar voordat het bedacht werd op mijn bureau. Bijna exact zo. Ik was toen hoofd
Research en Development bij John de Mol produkties en als zodanig
verantwoordelijk voor het ontwikkelen van nieuwe televisie-ideeën. Twee
onafhankelijke creatieven hadden iets bij ons ingediend dat het dagelijks reilen
en zeilen volgde van een groep mensen die bij elkaar gezet waren in een
penthouse. Ze konden worden weggestemd en het uiteindelijke doel was dat er één
overbleef. Dat was dan de winnaar. Niemand was geïnteresseerd. Jaren na het
grote succes van Big Brother heb ik de twee bedenkers van dit format nog wel
eens horen sputteren, en terecht. Hadden ze een goeie advocaat ingehuurd en er
een zaak van gemaakt, dan hadden ze miljoenen kunnen krijgen, denk ik.
Om nog even bij de ontwikkeling van entertainmentformats
voor televisie te blijven: De heer de Mol verweet mijn afdeling dat we nooit met
iets nieuws kwamen, wij waren er intussen aan gewend geraakt dat onze ideeën
niet gehoord werden. Dat wil zeggen, niet bewust. Regelmatig kwam iets dat wij
gepresenteerd hadden een paar maanden later als een origineel idee van de baas
of iemand uit zijn omgeving bij ons ter uitwerking terug. Ik denk niet dat het
bewust gestolen werd, dat niet, zo werkte het nou eenmaal. Wat in de lucht hangt
kan er alleen maar uitgeplukt worden door iemand met lange armen.
Ook het moment en toeval spelen een enorme rol. Ik heb
meegemaakt dat iets na een half jaar pitchen, bijschaven en verbeteren en nog
eens verbeteren uiteindelijk de eindstreep niet haalde terwijl iets
vergelijkbaars, dat in tien minuten bij elkaar werd gefantaseerd, nog eens tien
minuten later verkocht was, omdat er net iets uitgevallen was en men op stel en
sprong iets moest hebben. Een langdurig uitgewerkt idee voelt niet fris en men
kiest dan al snel voor iets dat net opborrelt, letterlijk en figuurlijk.
Vergeet dus nooit: het gaat niet om het idee, het gaat om
de macht, om het moment en om toeval.
Bij een comedy of
een dramaserie is men in de televisiewereld altijd op zoek naar het gouden idee.
Wie weet er nog iets leuks? Wie heeft er een briljant idee? Wat voor nieuwe vorm
kunnen we bedenken? Ik geloof er niet in. Niet dat ik tegen experimenteren ben,
integendeel, maar first things first. Om met sitcomregisseur Hans de Korte te
spreken: 'Laten we nou eerst maar eens een gewone comedy goed doen, dan zien we
daarna wel verder.' Picasso is ook begonnen met nabootsing van de anatomie van
het menselijke lichaam, de scheve neuzen en ogen kwamen later.
Je kunt over elk beroep een leuke comedy maken, of het nou
een tandarts, een fietsenmaker of een verzekeringsagent is. Het zit 'm niet of
nauwelijks in de arena, zoals dat heet. Men zou op zoek moeten gaan naar het
gouden team. Wie spelen er in? Wie schrijft het? Wie regisseert het? En dan, als
het team is samengesteld, dan zou je kunnen kijken wat je gaat maken met zijn
allen. Natuurlijk, niet elk team kan elke comedy maken, je hebt ze tenslotte in
allerlei soorten en smaken. Een brave familieserie is iets anders dan een far
out comedy over drop outs, maar je zult nog verbaasd staan over de enorme
overeenkomsten in het proces van vervaardiging.
Het
medium televisie voelt voor mij als het 'echtste' werk, ondanks de lage
culturele waarde die het over het algemeen krijgt toebedeeld. Bij televisie
speelt volstrekt helder het spanningsveld tussen wat de maker wil maken en de
kijker wil zien. Theater is vaak toch op een of andere manier gesubsidieerd, al
is het maar omdat de schouwburg in kwestie subsidie krijgt, en daar gelden nogal
eens de wetten van de critici in de breedste zin van het woord. Snobhits zijn in
de wereld van het theater aan de orde van het jaar, terwijl op televisie altijd
direct de afrekening met de consument plaats vindt. Het is het medium van onze
tijd en als ik met mijn werk direct in de maatschappij wil staan, moet ik
televisie maken. Vind ik zelf.
Dat betekent ook dat
televisie maken geen kunst is maar een industrie en in een industrie gelden
commerciële wetten. Dat wil niet zeggen dat het in televisieland alleen maar om
plat vermaak gaat en er een hamburgermentaliteit heerst, helemaal niet, er zijn
toch ook commerciële producenten van kwaliteitsproducten? Maar ook die hebben te
maken met verkoop, doelgroepen, marketing en noem maar op.
Ook bij theater heb je te maken met verkoopbaarheid. Zelfs
bij een gesubsidieerd toneelgezelschap moet je rekening houden met je klant, hij
of zij die een kaartje koopt. Je moet een product hebben dat bekendheid heeft,
je moet een merk bouwen. Dat kan de naam van het gezelschap zijn of, en daar heb
ik zelf veel mee te maken gehad, de bekendheid van een hoofdrolspeler. Er zijn
maar een paar acteurs in Nederland waar de zalen vol voor stromen en die moet ik
proberen over te halen te tekenen voor mijn stuk. Dat is niet gemakkelijk.
Tenslotte zijn ze er vaak een heel seizoen mee bezig en als de voorstelling niet
lukt, is dat een enorme inbreuk op hun persoonlijke en professionele leven. Ze
zeggen immers: je bent zo goed als je laatste rol.
Met
mijn theatergroep Mussen & Zwanen bouw ik aan een eigen merk - het is de
naam van het gezelschap waar mensen hun kaartje op kopen, niet voor wie er op
het toneel staat - na in het verleden en in al mijn onervarenheid de rechten op
de naam Purper - het cabareteske amusementsgezelschap dat ik in 1980 heb
opgericht - voor een habbekrats te hebben overgedaan.
Maar genoeg over het commerciële aspect van het
schrijversvak. Ik ben er maar mee begonnen, dan hebben we dat gehad en kunnen we
het verder achter ons laten. Laten we ons nu richten op datgene waar schrijvers
voor willen zijn: het schrijven, oftewel: het creatieve proces.
Het creatieve proces
Werkwijze
Ongeveer vijftien jaar geleden vond ik in de trein van
Amsterdam naar Hilversum een stukje papier, niet meer dan éénderde pagina uit
een tijdschrift. Ik had niets te lezen bij me, was hongerig en las dus maar wat
daar op stond. Het was maar één alinea die er volledig op stond en die hangt
sindsdien uitvergroot en ingelijst aan de muur van elk kantoor waarin ik
werk:
Een van de hoofdzaken is echter een structureel
andere manier van vergaderen, vindt van Koolwijk. Mensen moeten volgens hem geen
meningen geven maar bijdragen. meningen zijn volgens hem de ziekte waardoor
vergaderingen vaak zo lang duren. 'Een half uur moeten luisteren naar wat
iedereen ervan vindt, vind ik sociaal onhygiënisch. We moeten overgaan van een
discussie- naar een adviescultuur. Of je vindt een voorstel oké, of je geeft
concrete tips voor verbetering. De 'eigenaar' van dat agendapunt laat de
adviezen naast elkaar staan, neemt ze mee, weegt ze af, komt met nog een
conceptbesluit, doet dat voor mijn part nog een keer en hakt vervolgens de knoop
door. Zo laat je de talenten van mensen voor elkaar werken en niet tegen elkaar.
Nu is een vergadering meestal een arena of een levenloos ritueel'
Mijnheer van Koolwijk, hoorde ik later, schijnt directeur
te zijn geweest bij een grote autofabrikant en dat maakt het allemaal nog
mooier. Ik schrijf drama en comedy en de goeroe van mijn creativiteit verkoopt
auto's. Heel prozaïsch. Daar houd ik van. En het sterkt me in mijn overtuiging
dat er niets mis is aan de zienswijze dat je je op geïndustrialiseerde wijze
bezig kunt houden met iets dat traditioneel gezien onder KUNST valt. Schrijven
als ambacht dus.
De belangrijkste voordelen van de
werkwijze die van Koolwijk schildert zijn tijdwinst en effectiviteit. Het
uitstellen van een oordeel tot het moment dat er om een oordeel gevraagd wordt,
is echter erg moeilijk en levert voor iedereen een enorme cultuurshock op. We
zijn er zo aan gewend meteen te zeggen wat we ergens van vinden, een subjectieve
waardering te geven, terwijl die er op dat moment eigenlijk totaal niet toe
doet. Gaan wij een pasgeboren baby beoordelen op zijn uiterlijk, intelligentie
en karakter? We zijn het erover eens dat we het arme kind eerst maar eens de
kans moet geven een beetje op te groeien, krachten te verzamelen, tot zichzelf
te komen. Zo moeten we een creatie ook behandelen. Als een pas geboren baby.
In de praktijk komt het er dus op neer dat de creator, van
wat dan ook, geholpen moet worden met adviezen in plaats van lastig gevallen
worden met meningen. In het geval van de schrijver - nogmaals, ik heb het steeds
over het soort schrijver dat ik ben, de ambachtelijke - moet de dramaturg of
editor iets bijdragen en anders maar beter zijn mond houden. Ik heb heel wat
scriptbesprekingen meegemaakt waarbij het commentaar ervoor zorgde dat ik daarna
met lood in de schoenen naar huis slofte en me afvroeg of ik niet een ander
beroep moest kiezen. Terwijl het ook mogelijk is, met hetzelfde materiaal,
ervoor te zorgen dat de schrijver in kwestie naar huis rent omdat hij niet kan
wachten om aan zijn volgende versie te beginnen.
Voor dramaturgen en editors zijn bijvoorbeeld de volgende
zinnen ten strengste verboden:
Ik heb er niet zoveel mee.
De
tweede helft zakt een beetje in.
Ik vond dat vorige
script van je veel beter.
Het geheel blijft nogal aan
de oppervlakte.
Het is mij niet gelaagd genoeg.
Ik vind de karakters wat ééndimensionaal uitgewerkt.
Heb je Lars Norén wel eens gelezen?
Wel goedgekeurd is:
Je kunt scène 6 misschien beter vóór scène 3 zetten.
Misschien is het een idee om op pagina 17 na haar
bekentenis een monoloog van hem te maken over waarom hij bij haar weggegaan
is.
Aan het eind zou je hem ook zelfmoord kunnen laten
plegen.
Misschien kan hij aan het begin van het tweede
bedrijf al iets zeggen over dat hondje.
Dit moeten we
echt eens naar Lars Norén opsturen.
Simpel gezegd: de opmerkingen moeten concreet zijn en
specifiek. Alleen daarmee bewijst een dramaturg of editor zijn of haar
vakkennis. Een algemene mening geven kunnen we allemaal. En dat geldt eigenlijk
voor alles in het leven. Je hebt mensen die de hele dag zeggen wat ze van de
wereld vinden en je hebt mensen die iets proberen te doen. Mijn sympathie gaat
absoluut uit naar de laatste categorie.
Het is
natuurlijk ook mogelijk dat het script na het hele proces van herschrijvingen en
verbeteringen in zijn geheel wordt afgekeurd. Dan is het beslissingsmoment
gekomen en kan iets te licht of te zwaar worden bevonden. Ik heb dat natuurlijk
ook meegemaakt, maar als dat wat ik geproduceerd had inmiddels op kracht en
niveau was gekomen, kon ik de afwijzing veel beter hebben. Smaken verschillen
tenslotte en niemand is onfeilbaar.
Beperkingen
Er is nog een positief element in het bewust
industrialiseren van een creatieve bezigheid. En dat is de beperking. William
Shakespeare was zich er bewust van dat zijn toeschouwers van verschillend niveau
waren en dus zorgde hij ervoor dat de prachtige poëzie regelmatig afgewisseld
werd met een knokpartij of een komische act. Ook hij moest er voor zorgen dat
zijn publiek tevreden was. Toneel was zijn product en hij moest dat net zo goed
verkopen als een bakker zijn brood. Je zou dat een beperking kunnen noemen. De
kunstenaar kan zich niet uitsluitend op zijn eigen gevoel richten en moet
rekening houden met het effect dat zijn werk op toeschouwers, lezers of kijkers
heeft. Het is in mijn overtuiging juist die beperking die iemand met talent op
ideeën brengt waar hij anders nooit op gekomen was. Zeg tegen een komiek: 'Doe
eens iets leuks' en hij zal je gekweld en gekwetst aankijken. Omdat dat een
onmogelijke opdracht is. Maar vraag hem: 'Kun je iets met een strijkijzer?' Zijn
ogen zullen gaan glimmen en er komt iets, zeker weten.
In zijn boek De Glanzende Kiemcel van Simon Vestdijk breekt
de schrijver een lans voor rijm en metrum in gedichten, in een tijd dat het
gebruikelijk was dat allemaal los te laten en er maar op los te improviseren. De
beperking maakt in zijn ogen de gedichten van de goede dichters beter en ik ben
het met hem eens.
Zo zijn zaken als bezuinigingen of
commercie in mijn opinie hoofdzakelijk een probleem voor de
niet-zo-creatieve-creatieven. De anderen krijgen er glimmende oogjes van.
Het verhaal
Lino Ventura heeft gezegd dat je
voor het welslagen van een speelfilm drie dingen nodig hebt: een goed verhaal,
een goed verhaal en een goed verhaal. In mijn overtuiging is het voor een
televisieserie, een sitcom of een toneelstuk niet anders. Zelfs de eerder
genoemde entertainment formats voor televisie zijn geheel afhankelijk van de
verhalen die ze vertellen. Het gaat altijd om de mensen, de gebeurtenissen en
hun emoties daarbij. Het gaat altijd over de weg naar succes, naar de ondergang,
naar de liefde, naar seks of naar de pot met goud, met alles wat daarbij door de
personages meegemaakt en gevoeld wordt. Het enorme succes van de Amerikaanse
film is gebaseerd op het feit dat die narratief is. Europese film is vaak
bespiegelend en dat kan interessant zijn, maar de massa volgt liever een
verhaal. Krijgen ze elkaar? Lukt het 'm? Flikkert-ie nou van die rots of
niet?
Een aantal jaren geleden stuurde Joop van den Ende
mij het script van de musical Drie Musketiers en vroeg me mijn mening. In de
bespreking die we enige tijd daarna hadden veegde hij mijn kritiek op het
verhaal terzijde en sprak hij vervolgens vol vuur over de enorme boot die hij
als decorstuk had laten bouwen. De scène op de boot weet ik nog precies: die
ging erover dat ze naar Engeland gingen. Verder niks. De heer van den Ende is de
belangrijkste man ooit voor de Nederlandse entertainmentindustrie, maar hier zat
hij niet op de goede weg. Hij zette niet het verhaal centraal maar de effecten
en maakte daarmee een matige voorstelling. Walt Disney werkte met zijn studio
twee jaar aan Sneeuwwitje, waarvan de eerste anderhalf besteed werd aan het
verhaal en de rest aan het maken van de tekeningen. En dan hebben we het over
een verhaal dat al bestond! Elk dwerg had zijn eigen verhaaltje dat met het
hoofdverhaal verbonden was, het ondersteunde, kleurde, relativeerde. Dat
gepuzzel, het vervlechten van al die lijnen, dat is het echte werk!
Als ik een aflevering voor een comedy schrijf begin ik
altijd met het verhaal, het plotje. Ik heb geleerd dat als dat goed in elkaar
zit, het verdere proces geen problemen oplevert. Er is dan een fundering en een
geraamte, daarna kan het geheel worden afgetimmerd en verfraaid. Daarbij moet
goed in de gaten gehouden worden dat altijd het verhaal gediend moet worden.
Beroemd in deze is de zinsnede Kill your darlings, die ons vertelt dat je soms
zeer smakelijke en aantrekkelijke zijstapjes moet opofferen voor de grote lijn,
het verhaal.
Als ik een comedyscript aflever waarvan de
plot niet klopt, heb ik ervaren, dan wacht ons allen een vervelende week.
Acteurs worden lastig, technici krijgen ruzie, de productie stort in, noem maar
op. En waarom? Omdat men zijn werk niet goed kan doen. Er is voortdurend
twijfel, er zijn steeds veranderingen, er zijn eindeloze discussies. Het verhaal
klopt niet en niemand weet meer wat we aan het doen zijn. Als de week niet leuk
is, is het dus mijn schuld. Dat acht ik inmiddels proefondervindelijk
bewezen.
Laten we eens een plotje maken voor een sitcom
(Zie verderop voor de beschrijving van het genre). Meestal gebruik ik twee
verhaallijntjes die ik door elkaar weef en die, optimaal gesproken, elkaars
oplossing zijn. We nemen de comedy Kinderen Geen Bezwaar. In de latere opzet.
Gerard van Doorn is 54 jaar en heeft een tweede vrouw Maud
Zegers, die een flink stuk jonger is dan hij. Hij brengt zijn tienerzoon Daan
mee uit een vorig huwelijk. Die heeft net een nieuwe vriendin, Inke geheten.
Grote Oma is Maud's moeder, Maud is psychotherapeute met praktijk aan huis en
Gerard zorgt voor het huishouden. De toon is die van een familieserie annex
relatiekomedie, waarbij de relatie van de kinderen Daan-Inke voor de jongere
kijker is en de relatie Gerard-Maud voor de oudere.
Hier
volgt het plotje, for argument sake in iets vereenvoudigde vorm gegoten. Elke
stap is een scène. Zo summier mogelijk opgeschreven.
Afl. 79. Grote oma. (Zie verderop voor het volledige script
van deze aflevering)
1. Ochtend
de keuken. Gerard komt thuis en heeft een vrachtwagen vol varkens gezien die
lucht door kleine gaatjes probeerden te happen. Hij vertelt dat aan Daan. Daan
zegt: die zijn gelukkig snel dood en dan komen ze in plakjes bij ons in de
ijskast. Gerard is geschokt.
2.
Ochtend. De therapieruimte. Maud aan de telefoon met iemand waar ze geen woord
tussen kan krijgen.
3. Ochtend.
De keuken. Maud doet verslag van haar telefoontje: Grote oma heeft gehoord heeft
dat Daan een nieuwe vriendin heeft en ze wil eind van de middag het meisje komen
keuren. Grote schrik bij de anderen. Inke moet worden voorbereid. Die komt net
thuis. Maud wil haar even onder vier ogen spreken.
4. Ochtend. De therapieruimte. Maud en Inke. Maud bereidt
het meisje voor op het ergste. Grote oma keurde vroeger haar vriendjes ook, met,
vanwege haar directe botheid, desastreuze gevolgen.
5. Middag. De zitkamer. Gerard vertelt Daan dat hij
besloten heeft vegetarisch te gaan eten. Nu moet het er maar eens van komen.
6. Middag. Maud weet het nu ook.
Ze bespot hem. Voorbereidingen voor het avondeten. De maaltijd lijkt uiterst
saai te worden. Geen vlees. Iets met ei. Gerard legt het uit. Maud stelt dat hij
niet consequent is. Dan mag ei ook niet. En een broekriem en schoenen mogen dan
ook niet. Gerard gooit zijn eigerecht weg en doet zijn riem af en zijn schoenen
uit. Hij stort zich op de groentes.
7. Eind van de middag. Inke wordt voorbereid op Grote Oma.
Alleen maar glimlachen en niks zeggen is het beste.
8. Eind van de middag. De gang. Maud laat Grote oma, haar
moeder, binnen en spreekt haar streng toe. Ze moet Inke lief behandelen en niet
aan een kruisverhoor onderwerpen.
9. Eind van de middag. De zitkamer. Gezellig kopje thee met
zijn allen. Grote oma gedraagt zich voorbeeldig tegenover Inke. En Inke zegt
niets. Een gespannen situatie.
10. Begin van de avond. De keuken. Avondeten. Grote oma
wordt geconfronteerd met het vegetarisch diner en bespot Gerard. Mannen moeten
vlees eten. Zij stelt dat mannen die geen vlees eten in bed ook niks klaar
maken. Die ervaring heeft ze met haar eigen man gehad, god hebbe zijn ziel.
Niemand durft in te grijpen. Maar dan komt opeens Inke in opstand en snauwt haar
toe. Schrik.
11. Begin van de
avond. De zitkamer. Na het eten zet de discussie zich nog voort. Men heeft wat
wijn op en grote oma dendert maar door. Inke pikt het niet. Misschien lag het
wel aan haar destijds dat haar man niet presteerde. Iedereen houdt zijn of haar
hart vast. Maar Grote oma blijkt het te waarderen. Dat is een meisje met pit!
12. Later die avond. De keuken.
Gerard staat stiekem plakjes van bloed druipende rosbief naar binnen te
schrokken. Maud betrapt hem. Dat kan nog wat worden vanavond!
Eenvoudig? Simpel? Eendimensionaal? Nou en of. Absoluut.
Zeker weten. Ik heb geleerd dat je verhaal niet helder genoeg kan zijn, niet
strak genoeg en niet gierig genoeg, om met Chiem van Houweninge te spreken. Iets
dat in de basis eenvoudig is en misschien zelfs bijna te helder en te
doorzichtig lijkt, blijkt in de praktijk vaak nog net iets te schimmig. En
bedenk: een strak verhaal stelt je in staat kleine zijstappen te maken, de
krenten in de pap toe te voegen, zonder dat de aandacht van de kijker of de
toeschouwer verslapt. (Maar pas op: niemand zit te wachten op je bespiegelingen
over het leven en de dood, ze willen graag weten hoe het afloopt. Dat houdt ze
vast.)
Bovenstaand halve A4tje is meer dan de helft van
het werk. Als je dit voor elkaar hebt, dan is de rest gemakkelijk. Een leuke
dialoog schrijven? Er zijn er velen die dat kunnen. Grappen verzinnen? Kijk maar
naar al die stand-up comedians en cabaretiers die we hebben. Maar wie verzint er
een goed verhaal? Wie maakt een kloppend plotje?
Helemaal perfect is deze plot ook niet. 10 en 11 hadden
eigenlijk één scène moeten zijn. Er gebeurt niet echt iets nieuws in 11. Het is
meer een nadere uitwerking van wat er in 10 gebeurt. Dat is niet zoals het
hoort, maar het werkte wel. Ik vond het als één scène te lang en wou dat er even
wat tijd tussen zat en heb dus een kleine tijdssprong gemaakt. En waarom niet?
Goethe zegt dat werkelijke consequentie tot de duivel leidt en wie ben ik om hem
tegen te spreken.
In Hollywood krijg je de lengte van de
rit van de lift naar boven de kans om aan de producent je verhaal te vertellen,
de beroemde elevator-speech. Of het nou letterlijk zo gaat of bij wijze van
spreken, als je verhaal niet strak en helder in elkaar zit, kun je het vergeten.
Ook een toneelstuk zet ik op deze manier uit en ook al
mijn kinderboeken heb ik zo voorbereid. Of Harry Mulisch het ook zo doet, weet
ik niet. Ik vermoed het wel.
Als mensen mij vragen ze
te helpen met iets dat ze willen schrijven of geschreven hebben, zeg ik altijd:
stuur het plotje maar. Iets anders lees ik niet. Niets vind ik zo erg als een
rammelend script lezen, iets waar het verhaal niet goed van is. Mijn hersens
koken bijna over, omdat ze wanhopig de lijn proberen te ontrafelen en proberen
te ontdekken waar het mis gaat. Dat is me echt te zwaar. Het leven is kort.
De intuïtie
Naast deze toch redelijk droge en
strenge dramaturgische spelregels wil ik onmiddellijk ook een lans breken voor
het niet rationele aspect van het schrijven. Iets dat echt heel mooi is en goed
gelukt komt niet alleen volgens regels tot stand maar heeft ook iets van
mysterie in zich. Dat is het mooie van de menselijke geest, dat die altijd net
iets meer is dan een computer. (Of misschien zijn de computers gewoon nog niet
ver genoeg, dat kan het ook zijn.)
De acteur Jan Decler
hoorde ik eens op televisie vertellen over de schrijver Herman Teirlinck die
gezegd had dat bij hem vaak het verstand in de vingers zat. Het nadenken, het
creëren ging vanzelf. Hij zette de sluispoorten naar het onbewuste open en liet
zijn hand schrijven. Intuïtief denken, zou je het kunnen noemen. Ik denk dat het
essentieel is voor het scheppen van iets wat eigen is.
Ik heb zelf ook vaak meegemaakt dat er onder mijn vingers
iets ontstond waar ik bijna niet bij was. Het ging gewoon vanzelf. De personages
leefden hun eigen leven. Het gebeurde zelfs dat er zich plotwendingen aandienden
die later precies leken te kloppen met de opzet of met wat er nog kwam. Allemaal
volstrekt onbewust. Ook veel leuke zinnen, grappen en bruikbare gedachtes zijn
zo ontstaan. Zo gebeurt het me regelmatig dat ik iets teruglees dat ik
geschreven of bedacht heb dat ik me totaal niet herinner.
Zo te schrijven vereist zelfvertrouwen. Meer niet. Je moet
de durf hebben om te luisteren naar je intuïtie, je gevoel. Daarvoor moet je
volstrekt ontspannen aan het werk zijn en je niet bezig houden met factoren die
pas later een rol gaan spelen. Is het goed genoeg? Is het leuk genoeg? Kan ik
eigenlijk wel schrijven? Wat zullen mijn vrienden er van vinden? En mijn vrouw?
Mijn moeder?!
Als Paul de Leeuw op een podium staat en
er gaat iets mis, dan vertrouwt hij erop dat hij iets leuks zal zeggen. Hij laat
het gewoon volstrekt ontspannen naar boven borrelen. Daarom komt er dan ook
meestal iets, waardoor hij gesterkt wordt in zijn zelfvertrouwen, zodat hij de
volgende keer weer ontspannen zal zijn en zo voort.
Ik
ken beide kanten. Sta ik op een toneel, dan verkramp ik bij de kleinste fout met
een reeks van grotere fouten tot gevolg, maar schrijf of bedenk ik iets dan is
er volstrekte ontspanning en wacht ik gewoon tot het vanzelf in me opkomt. Als
het even niet lukt ga ik niet lopen ijsberen of op een pen kauwen of mijn
kinderen slaan. Ik haal mijn schouders op en probeer het de volgende dag weer.
Volstrekt ontspannen. En dan lukt het wel. Bijna altijd.
Bijna 300 afleveringen sitcom heb ik geschreven, maar ik
heb, geloof ik, nog nooit een grap bedacht. Hoe bedenkt men een grap? Geen flauw
idee. Komt een vrouwtje bij de dokter…en dan? Ik zou het echt niet weten. Zoiets
moet ontstaan uit de situatie. De personages moeten uit zichzelf geestig zijn.
Ik kan het niet alleen.
De tips
Tot slot en samenvatting van dit
hoofdstuk een aantal tips voor ambachtelijk schrijven.
Schrijf over iets dat je na aan het hart ligt.
Bedenk een goed verhaal.
Bedenk een
goed verhaal.
Bedenk een goed verhaal.
Hou vast aan je plot maar geef toch je personages de ruimte
om zelf iets te ondernemen. Als ze eenmaal leven, leven ze.
Maak gemakkelijk, vrijmoedig, ontspannen en los een eerste
versie.
Laat die een poosje liggen. Paar dagen? Paar
weken? Paar maanden?
Doe iets heel anders tussendoor.
Schrijf iets anders, heb een affaire of beklim de Mont Blanc.
Herschrijf je eerste versie.
Laat
je tweede versie [of de derde] lezen aan iemand die je vertrouwt en vraag om
suggesties. Luister daar goed naar, maar neem alleen iets over als je er zeker
van bent dat het een verbetering is.
Maak een voorlopig
definitieve versie.
Stuur die de wereld in.
Probeer niet of niet te veel te roken als je achter het
beeldscherm zit.
De televisie
Ik wil graag apart wat aandacht
besteden aan het verschijnsel televisie en hoe dat in onze maatschappij staat.
Hoewel ik als toneelschrijver ben begonnen, en nog elk jaar een toneelstuk
produceer, beschouw ik mezelf steeds meer als een televisieschrijver, niet in de
laatste plaats omdat het medium, zoals gezegd, zo direct in het dagelijkse leven
staat. De tv is iets eerder geboren dan ik, maar het scheelt bepaald niet veel.
Toen ik klein was, hadden wij thuis alleen radio en gingen mijn broers en ik op
zondagavond naar de buren om Thierry La Fronde te kijken. Er was nog maar één
net en voor ons was het wekelijkse hoogtepunt de avonturen van deze knappe
Franse slingeraar. We kregen er ook altijd ijs bij en dat maakte alles compleet.
Toen was geluk nog heel gewoon, zullen we maar zeggen. Hoewel. (Maar daarover
meer in deel 2 van dit boek.)
Een paar jaar later kregen
we zelf een televisietoestel en kwam er ook al snel een tweede net, dat echter
voor ons slechts enigszins te ontvangen was als wij de antenne vasthielden of
met een ijzerdraadje verbonden met een radiator. Mooie herinneringen.
Swiebertje, Ja Zuster Nee Zuster, Eén van de Acht, Toon Hermans, Wim Kan, het
schaatsen en de vuist van Duys. Ik vond het allemaal een groot genot. Ik
herinner me het begin van de TROS, met Mary Schuurman, Frits van Thurenhout met
op zondagmiddag de voetbaluitslagen (nul-nul), Hoepla met de blote Phil Bloem en
iets later de bizarre shows van Wim Schippers en de komst van Sonja Barend, die
wij veel te links en betweterig vonden.
Het begin van de
commerciële televisie heb ik later van dichtbij meegemaakt. Toen John de Mol net
begon, schreef ik voor hem de comedy In de Vlaamsche Pot en daarmee en daarna
heb ik jaren voor hem gewerkt. Ik wist al heel jong dat ik niet in de kunst
wilde werken maar in de entertainmentindustrie en ben daar ook nooit van
afgeweken.
Het lijkt er nu op dat we het tijdperk van
de televisie al weer achter ons gaan laten, in ieder geval in de vorm zoals ik
er mee ben opgevoed. We zitten op een belangrijk schakelpunt, denk ik. Het boek
was narrowcast, de tv broadcast, interactieve tv wordt weer narrowcast. En dan
is die hele discussie weer weg. Ik bedoel dat gedoe over de vermeende
oppervlakkigheid van het medium. Mijn leven lang hoorde ik namelijk om mij heen
hoe de tv bespot en verguisd werd. En nog wel, zij het veel minder. Ga de
volgende dialoogjes maar na:
Wat heb je gedaan gisteren?
Ik heb
de hele dag thuis zitten lezen.
Fantastisch.
Wat heb je gedaan gisteren?
Ik heb de hele dag tv gekeken.
Hè
gedver.
De bezigheid lezen
heeft van zichzelf een veel hogere status dan televisie kijken. Waarom
eigenlijk? En is dat wel terecht? Oké, books feed your head, zegt men en ik zal
het niet tegenspreken. Als je goeie boeken leest en een beetje onthoudt wat er
in staat kan je intellectueel ver komen. Zeker. Maar nu even de voordelen van
televisie:
Je kunt lekker
zitten of liggen en je hoeft niets vast te houden.
De
hele wereld komt bij je thuis. Iedereen kan kennis nemen van alles en op een
toegankelijke manier. Een symbool van democratie en socialisme dus.
Je kunt met zijn allen tegelijk naar iets kijken en
daarover iets tegen elkaar zeggen.
Beelden zijn
gemakkelijker te consumeren en te onthouden dan feiten.
Dat laatste heeft te maken met
onze hersenhelften. Ooit op het plein voor de Sint Pieter geweest? Bij de
Borobudur? De Sagrada Familia gezien? Dat vergeet je allemaal nooit meer. Als je
er jaren daarna een plaatje van ziet, dan zeg je: Ja, dat is het plein voor de
Sint Pieter! Dat zijn die klokken in de Borobudur, waar je je arm in moet
steken! God ja, die smalle trappetjes in de Sagrada Familia! Het blijft allemaal
bij je, al word je honderdtien. Maar wanneer zijn ze eigenlijk begonnen met de
bouw van de Sint Pieter? In welke eeuw is die Borobudur eigenlijk gebouwd? Wie
was de laatste architect van de Sagrada Familia? Ehhhh…
De linkerkant van onze hersenen is voor de feitjes, de
rechter voor de beelden. Er is een onderzoek geweest - in Amerika natuurlijk -
waarbij ze twee groepen getest hebben op kennis die een jaar daarvoor was
opgedaan. Het betrof hier een bepaalde aardbeving in Californië. De ene groep
had daarover destijds een paginalang artikel in The New York Times gelezen, de
andere groep had er een nieuwsflits van 16 seconden op tv over gezien. De vraag
was nu: wie weet zich er nog wat van te herinneren? Uit de eerste groep bleek
bijna helemaal niemand meer iets te weten, uit de tweede groep wist een aantal
mensen het getal op de schaal van Richter nog, h et aantal gewonden en ongeveer
het bedrag van de materiële schade. Tja. Tv feeds your head?
Waarom dan die verwarring? Hoe komt de televisie aan dat
slechte imago? Wat is toch altijd weer die kritiek van de pers en de
intellectuelen?
Televisie brengt alle milieu's bij
iedereen thuis. De elite wordt al zappend geconfronteerd met de zogenaamde
wansmaak van de grote massa. Vroeger speelde het volk gewoon thuis een potje
ganzenbord en geen haan die er naar kraaide, maar toen het Het Rad van Fortuin
werd, ging het mis. Iedereen buitelde over elkaar heen om als eerste te
verkondigen dat het allemaal plat, stompzinnig, zinloos en vervuilend was. Er
werd een ware hetze tegen soaps gevoerd in de eerste jaren dat ze op de
Nederlandse televisie te zien waren. Waarom hebben de kasteel- en doktersromans,
de jongensboeken en de strips die shit nooit over zich heen gehad?
Ik heb een oude vriend nog eens heftig tegen me in het
harnas gejaagd door te beweren dat iets dat op televisie scoort per definitie
dan ook kwaliteit heeft. Dat was tegen zijn gevoelige kunstenaarsbeen. Ik vrees
echter dat ik nog steeds achter die bewering sta. Als een bepaald ijsje door
iedereen gekocht en gegeten wordt, dan kunnen we toch zeggen dat het kwaliteit
heeft. Zelfs Adolf Hitler had kwaliteit. Als demagoog, als intrigant, als
leider. Wat aanslaat heeft blijkbaar voor veel mensen een kwaliteit. Of die
kwaliteit een positieve invloed op de wereld heeft of een negatieve en of mensen
een goeie smaak hebben of niet, is vers twee. En aan wie is het eigenlijk om dat
te beoordelen?
Natuurlijk heb ik mij ook verbaasd over
de bruine bonenman van Menno Buch - een man die met een hoer in een opblaasbadje
met bruine bonen wou zitten, ter seksuele opwinding - en ik heb mij vermaakt met
het Engels van Henk van der Meijden toen hij in zijn Tv-privé tegen Shirley
MacLain zei: Look in the mirror how nice the dress you stands!, maar wat zegt
dat eigenlijk? Maakt het feit dat we nu echt bij iedereen binnen kunnen kijken
het medium verwerpelijk? Klinkt mij toch echt als het onthoofden van de
boodschapper van het slechte nieuws.
En trouwens, wie
zonder zonde is, werpe de eerste steen. De grote blunderaars uit de geschiedenis
vinden we eerder onder de gefrustreerde intellectuelen dan de simpele dombo's,
en zelf moet ik al helemaal nederig zijn. Ik heb het gepresteerd met het
Gymnasium Alpha diploma in de achterzak een Duitse wegenwacht te bestellen op
een Rastplatz waarvan ik dacht die die Bitte Sauberhalten heette!
Vroeger werden toneelspelers als halve criminelen beschouwd
en haalde men de was binnen als ze er aankwamen, de laatste dertig jaar is dat
gilde tot de adelstand verheven en was het de televisie die het moest ontgelden.
Met een beetje afstand en een minder direct oordeel - daar hebben we het weer -
kunnen we er misschien toch de waarde van inzien. Soaps en comedyseries zijn
moderne varianten op oude kunstvormen als de comedia del arte, met archetypische
karakters en allegorische verhaallijnen. Critici hadden en hebben er geen goed
woord voor over. Dat zal zijn omdat er soms, zeker in het begin van de soaps was
dat het geval, niet al te best in wordt geacteerd en de decors nogal eens van
bordkarton zijn, maar misschien gaat het daar niet om in dat genre en is er een
andere kwaliteit? Goede Tijden Slechte Tijden is, vermoed ik, het succesvolste
dramaproduct uit de Nederlandse geschiedenis en heeft in tien jaar meer mensen
bereikt dan de Gijsbrecht van Aemstel van Joost van den Vondel in honderden
jaren bij elkaar. Of is dat kwantiteit en geen kwaliteit? Oké, maar het is wel
Nederlands drama. En de Gijsbrecht is ook geen dramaturgische parel. Laten we
eerlijk zijn.
Het is mij in de loop der jaren
opgevallen dat iets op televisie dat positief gerecenseerd werd, niet scoorde en
dat de wel scorende programma´s bij hun eerste verschijning bijna altijd werden
gekraakt. Ik heb het aan den lijve ondervonden. De enige tv serie waaraan ik
werkte en die meteen goed werd besproken was de serie Beppie die ik samen met
Annie Schmidt en haar zoon Flip schreef. En het bleek een enorme flop. Mijn
succesnummers zoals In De Vlaamsche Pot, Diamant en Kinderen Geen Bezwaar zijn
bij verschijning negatief ontvangen. Daarbij valt het mij op dat entertainment
bij de VPRO alleen aandacht krijgt als het uit de oude doos is. Laurel en Hardy,
popmuziek, musicals, noem maar op, als het ouder is dan minstens twintig jaar
dan krijgt het een respectvolle documentaire, wat nu gemaakt wordt, is niet
interessant. Carmiggelt heeft gezegd: als je in ons genre maar oud genoeg wordt,
dan wordt het vanzelf kunst.
En nu we het toch even over
de critici hebben, even tussendoor, wat ook zo opvallend is, is dat alles dat
zwartgallig en negatief is hoger wordt aangeslagen dan het positieve. Liefde en
blijheid is oppervlakkig, ellende en zwartgalligheid is diep en waardevol.
Willen we dat de wereld zo is? Als er een Schepper bestaat zou hij het dan zo
bedoeld hebben?
Ik denk dat het misverstand zit in de
eerder genoemde industrialisering van 'kunst en cultuur', of wat daar dan
vroeger onder viel. Wie televisie maakt wordt toch geacht idealistisch te denken
en niet commercieel. Niemand verwijt een slager die niet van lever houdt dat hij
het toch verkoopt, terwijl er schande gesproken wordt van televisieproducenten
die een product maken om geen andere reden dan omdat het gevraagd wordt. In die
branche moet je per se iets maken dat ook je eigen smaak is, anders ben je
volkomen fout bezig. Er is alleen nou eenmaal meer behoefte aan patatzaken dan
aan sterrenrestaurants, dus als de televisie een democratisch medium is dan
worden er dus meer zakjes patat dan porties zwezerik geserveerd. Dat men
vervolgens veronderstelt dat op de consument gerichte producten bij de
commerciële televisie slordig en zonder liefde gemaakt wordt, omdat men alleen
met de verdiensten bezig zou zijn, is suggereren dat ze bij Ahold en Unilever
ook niet hun best zouden doen. Geld verdienen is ook mooie dingen maken,
kwaliteit leveren, je best doen er iets moois van te maken.
Hoe dan ook, ik vind televisie, die altijd werkt met het
spanningsveld van commercie met de smaak van de maker, een schitterend medium en
ik ga er vanuit dat het digitale tijdperk er alleen maar een verdieping van zal
zijn. En voor mij is er niets oppervlakkigs aan. Het brengt ons én Nietsche én
ganzenborden. Heerlijk.
De sitcom
De sitcom is de zedenschets van deze tijd. Sinds I Love
Lucy en The Honeymooners (De serie die model stond voor The Flintstones en die
bij ons heruitgebracht is als Toen Was Geluk Heel Gewoon) zijn er over de gehele
westerse wereld honderden sitcoms geproduceerd die elk haarscherp de cultuur, de
zeden en de gewoontes van het land van herkomst weerspiegelen. Wil men over
honderd jaar een beeld krijgen van de zeden en gewoontes
en het dagelijks leven van een bepaalde periode, dan is de
comedy bij uitstek de geschikte bron daarvoor. Kijk naar All in The Family, Zeg
Eens Aaa, Roseanne, In De Vlaamse Pot, The Cosby Show.
Op het moment dat ik dit schrijf worden in Nederland weinig
comedy's gemaakt. Waarom? Omdat het zo'n moeilijk en relatief duur genre is
waarschijnlijk. Door het live karakter van de opnames is het iets dat zich
genesteld ziet in de ouderwetse traditie van het theater, wat betekent dat het
moment van afrekening altijd heel dichtbij en zeer direct is. Iets is leuk of
niet. Klaar.
Wat is dat eigenlijk? 'Leuk'. Wanneer is
iets leuk en wanneer niet? En gaat het daar eigenlijk wel om? Hebben we
geschaterd om All In The Family? Om Zeg Eens Aaa? Om Roseanne? Of is er iets
anders aan de hand?
Het spreekt aan of niet. Dat is wat
telt. De kijker herkent zich, wordt bevestigd en geprikkeld tegelijk. De sitcom
weerspiegelt de moraal van een samenleving en knabbelt daar aan. Een klein
beetje. Het is altijd een heel klein beetje taboedoorbrekend. Vooral niet te
veel, anders haakt de kijker af, het moet wel herkenbaar blijven, en vooral niet
te weinig, anders kijkt de kijker niet, dan is er geen prikkel. Een goeie sitcom
zegt iets over het dagelijks leven van de kijker, op een originele en frisse
manier.
En dan komt de lach vanzelf.
Wat is een comedyserie eigenlijk? Een paar kenmerken:
Er is geen ontwikkeling. De karakters zijn aan het eind van
de aflevering weer of nog wie ze waren toen de aflevering begon en de situatie
waarin ze leven is ook weer dezelfde of nog dezelfde.
Het zijn single plays. Elke aflevering heeft een op
zichzelf staand verhaal.
Het geheel is met niet (beter
is: zonder) zichtbaar publiek opgenomen. Er klinkt dus gelach.
Het meeste of alles wordt in een studio opgenomen.
De duur is 25 minuten.
Een comedy is een statische machine. De karakters zijn vaak
stereotypisch, of hebben vaak één stereotypische hoofdeigenschap. Iemand is
altijd gierig, of altijd jaloers of altijd verliefd. En die eigenschap haakt in
op één van de eigenschappen van de andere karakters en zo ontstaat het
basisconflict. Elke aflevering is een variatie op het thema. Hoe zou hetzelfde
spelletje deze keer gaan? De serie Who is the boss? met Judith Light en Tony
Danza gaat over een vrouw met een drukke baan die een man inhuurt voor het
huishouden. De twee zijn voor elkaar geschapen maar dat wordt nooit
geconsumeerd. De seksuele spanning die er tussen hen bestaat is de basis voor de
serie.
Enige ontwikkeling is echter soms onvermijdelijk.
In Cheers bijvoorbeeld was er een belangrijke castwissel en dat betekent een
noodzakelijke ontwikkeling. De schrijvers zorgden er echter voor dat er zo snel
mogelijk weer een repeterende breuk ontstond, zodat de kijker weer elke week
hetzelfde kreeg voorgeschoteld maar toch anders.
Als je
het zo schildert lijkt het werken aan een comedy een geestdodende zaak, waarbij
je elke keer hetzelfde kunstje moet uithalen. Uit ervaring kan ik zeggen dat dat
een misvatting is. Elke aflevering blijft een enorme uitdaging, elke week kan je
putten uit ervaring maar moet je toch weer een beetje opnieuw het wiel
uitvinden. En je raakt nooit uitgepraat over hoe je een zin het beste kan
formuleren, spelen op in beeld brengen.
En het is de
beste leerschool die er bestaat. En dat geldt voor alle disciplines. Een acteur
die honderd afleveringen sitcom in zijn achterzak heeft zitten komt in de rest
van zijn carrière niet meer voor verrassingen te staan. Misschien wel voor
beperkingen, maar niet voor verrassingen. Het opgebouwde arsenaal techniek is zo
groot dat hij elke klus aan kan.
En dat geldt ook voor
regisseurs en schrijvers. Het is techniek, techniek, techniek. En het is het
maken van vele kilometers, zodat de intuïtie een bron van ervaring krijgt om uit
te putten.
De toon
In mijn definitie zijn er
eigenlijk twee soorten sitcom: het blijspel en de comedy.
De eerste soort handelt over de goede eigenschappen van de
mens. De Nederlandse traditie heeft verschillende daarvan voortgebracht. Annie
Schmidt, Eli Asser en Chiem van Houweninge maakten ze. Er was niets groots of
ergs aan de hand en de mensen hielden van elkaar. De Britse comedy is vaak
zwarter, handelt vaak over frustratie en onderdrukte seksualiteit. Daar gaat het
eigenlijk altijd over hypocrisie, over boter op het hoofd. Eenvoudig voorbeeld,
op grapniveau, is het volgende:
John: David, ik geef je honderd euro als ik met je vrouw
naar bed mag.
David: Wat zeg je? Ben jij gek? Met mijn
vrouw naar bed? Ben jij besodemieterd!
John:
Tweehonderd.
David: Nee zeg, hou op. Hoe haal je het in
je hoofd? Je denkt toch niet dat ik gek ben?
John:
Driehonderd!
David: John, hou op! Wat is dit voor
flauwekul? Nu kappen! Wat is dit voor belachelijk voorstel?
John: Duizend dan.
David: Schikt
het eind van de middag?
Ik houd
van beide genres. Aanvankelijk maakte ik meer de wat hardere comedy, maar met
het ouder en milder worden heb ik ook de schoonheid in het blijspel ontdekt. Wij
Nederlanders wonen nou eenmaal tussen de Duitsers en de Engelsen in en wat kun
je beter zijn dan jezelf? Wij maken iets dat er tussenin zit!
Ook de speelstijl wordt beïnvloed door de genrekeuze. Kijk
naar Keeping Up Appearences of Fawlty Towers tegenover The Cosby Show of
Oppassen. De eerste twee zijn vette comedy's, handelend over de foute ijdelheid
van de hoofdkarakters, de andere twee zijn blijspelen met beminnelijke
personages, die je als vriend zou willen hebben. Wat die eerste twee series
betreft, daar in kun je zien dat een rol zo vet en zo groot gespeeld mag worden
als de acteur aan kan. Hoe groter het talent hoe meer het buiten de
werkelijkheid mag zijn. John Cleese als Basil Fawlty speelt een vette, vette
klucht, maar zo fenomenaal goed, dat het nergens, binnen zijn eigen realiteit,
ongeloofwaardig wordt.
Het moge duidelijk zijn dat ik
geen waardeoordelen uitspreek. Het is niet zo dat ik het ene genre meer waard
vind of hoger aansla dan het andere. Natuurlijk is er ook zoiets als smaak, maar
die is godzijdank persoonlijk en ik ben zelf eigenlijk alleen maar
geïnteresseerd in het feit of iets goed gedaan is binnen het genre. Gewoon,
omdat ik zo van het vak houd.
De werkwijze
De werkwijze zoals die door mij normaal gehanteerd wordt is
de volgende. Van lege pagina tot uitzending. Eerst het script.
Vaststelling van het onderwerp.
Waar gaat de aflevering over? Wat is de tweede lijn?
Goedkeuring daarvan door de opdrachtgever.
Plot in eerste versie.
Commentaar
van de dramaturg.
Plot in tweede versie.
Commentaar van de dramaturg. (Herhalen tot de plot is
goedgekeurd)
Eerste dialoogversie.
Commentaar van de dramaturg.
Tweede
dialoogversie. (Herhalen tot de dialoogversie is goedgekeurd.
Dialoogversie naar een gagwriter, voor het toevoegen van
extra grappen.
Beoordeling daarvan. Sommige gags worden
gehouden, andere weer geschrapt.
Definitieve versie van
het script naar de opdrachtgever.
Na goedkeuring stuurt
de opdrachtgever het script naar de productie.
Script
gaat naar styliste, set dresser, make up, rekwisiteur.
Casting van de gastrollen.
Dan de vervaardiging van de aflevering.
Maandag: 11.00. Lezing van twee
scripts. Dat voor over twee weken en dat voor deze week. (Dat wordt dan dus voor
de tweede keer gelezen).
Maandag 13.00. Mise en scène
van de aflevering van deze week, aanpassingen van het script voor volgende
week.
Dinsdag. 10.30 tot 17.00. Droge repetities. Alleen
regisseur, acteurs en de regie assistente.
Woensdag
10.00 - 13.00. Droge repetities.
Woensdag 14.00 - 16.00.
Producers run through. Een doorloop voor de producent, schrijver en de
opdrachtgever. Opmerkingen na afloop van elke scène. Eventuele wijzigingen.
Woensdagavond: beeldregisseur maakt het draaiboek.
Donderdag 9.30 - 17.30. Camerarepetities. Licht en geluid.
De laatste take wordt op DVD opgenomen.
Donderdag 17.30.
Met zijn allen terugkijken van het resultaat. Opmerkingen van de producent/
schrijver. Aanpassingen aan het draaiboek.
Vrijdag
14.30- 18.30. Generale repetitie. Die wordt geheel opgenomen.
Vrijdag 20.00 - 22.30. Opname met publiek. Eventueel kunnen
er scènes of aparte shots uit de generale repetitie gebruikt worden. Als een
scène bijvoorbeeld erg goed gaat, maar een klein foutje heeft (bijvoorbeeld:
geluidshengel in beeld), dan wordt dat shot 'uit de middag gehaald'.
Later die week: montage, geluidsnabewerking etc.
Band wordt bekeken door producent en opdrachtgever en van
opmerkingen voorzien
Definitieve montage.
Uitzending. (Vaak een half jaar of meer later)
Een paar opmerkingen:
Soms zijn er buitenopnames. Die
worden dan ergens in de week gedaan. Op dinsdagochtend bijvoorbeeld. Na montage
wordt die scène aan het publiek op vrijdagavond getoond.
Steeds meer wordt er gebruik gemaakt van twee regisseurs:
één voor beeld en één voor spel. Normaal gesproken is dat iets voor één persoon,
maar er is bijna niemand die het allebei kan.
De
zogenaamde ingeblikte lach bestaat niet en ook weer wel. Alle lach is echt, maar
soms wordt die iets aangezet, als we vinden dat de grap het toelaat.
Het script
Kinderen Geen Bezwaar aflevering 79
Grote Oma
Scène 1.
De keuken. Gerard komt daar binnen. Daan pakt net iets te
drinken.
GERARD
Och jongen toch. Jongejongejonge.
DAAN
Wat
is er?
GERARD
Op de snelweg stond ik achter een vrachtwagen met varkens.
Wat is dat toch vreselijk. Zo'n wagen helemaal stampvol. En dan met van die
kleine kieren tussen de planken. En die beesten met die snuiten vechten om een
beetje frisse lucht op te zuigen. Dat is toch vreselijk? Ik kan daar niet naar
kijken.
DAAN
Je hoeft er toch ook niet naar te kijken?
GERARD
Nee, niemand kijkt er naar. Iedereen kijkt de andere kant
op. Het interesseert ze niks. Vreselijk. Ik vind het zo zielig voor die
beesten.
DAAN
Maar dat duurt niet lang hoor. Voordat je het weet liggen
ze hier in gezouten plakjes in de ijskast.
Gerard kijkt hem aan.
GERARD
God ja.
DAAN
En
daarna liggen ze lekker in de pan te sudderen onder een paar eieren. Kon
slechter. Toch?
GERARD
Wij doen er gewoon elke dag aan mee.
Hij opent de ijskast, zoekt en
vindt een ons spek.
GERARD
Je denkt er niet aan dat je hier plakjes lijk in de ijskast
hebt liggen.
Hij pakt een
plakje en kijkt ernaar.
GERARD
Is toch walgelijk
eigenlijk?
DAAN
Als 't lekker uitgebakken is, vind ik het niet zo
walgelijk.
GERARD
Ik vind het opeens heel erg eng allemaal. En doodzielig.
Hij kijkt ontroerd naar het
spek.
GERARD
Dit rolde vorige week nog lekker in de modder.
DAAN
Ga je
nou opeens zitten snotteren bij een ons spek?
GERARD
Het is een levend wezen
geweest. Met gevoel. En angst. En pijn.
DAAN
Pa, alsjeblieft.
GERARD
En
als het nou dood mens was?
DAAN
Hangt er van af wat voor mens.
Een uitsmijter met een paar plakjes Britney Spears. Niks mis mee.
Blik van Gerard.
Scène 2.
De therapieruimte. Ochtend. Maud aan de telefoon.
MAUD
Jawel
mam, maar ik vind…..[..] Ja mam, maar het is t…. [..] Natuurlijk mag dat, maar
j….[..] Ja ja ja. Maar ik dacht dat jij misschien…[…] Ma, luister nou even,
ik…[…]
We horen onverstaanbaar
getetter van Virginie aan de andere kant. Maud houdt de telefoon een stuk van
haar oor verwijderd. En luistert. Dan valt het even stil. Ze brengt de telefoon
weer naar haar mond.
MAUD
Maar mam, ik…
En het getetter gaat weer verder. Nu legt ze zelfs de
telefoon neer. En gaat verder met haar werk. Ze staat zelfs op om een dossier te
pakken. Soms buigt ze zich tussendoor even naar de telefoon toe.
MAUD
Nou
zeker.
En ze gaat weer
verder.
MAUD
Absoluut.
En weer verder.
MAUD
Je hebt helemaal gelijk.
Dan plotseling stopt het geluid.
Maud sprint naar de telefoon en pakt die op.
MAUD
Goed mam, hartstikke leuk je
even gesproken te hebben, maar ik moet nu…
Het getetter begint weer. Maud vertrekt haar gezicht en
doet alsof ze de telefoon probeert te wurgen .
MAUD
Ik moet je nu echt
ophangen.
Maud verbreekt de
verbinding met een venijnige druk op de knop.
MAUD
Of elektrocuteren. Of eerst
ophangen en dan elektrocuteren, voor alle zekerheid.
Pffff.
Scène 3.
De keuken. Iets later. Maud, Daan en Gerard. Gerard staat
met een boek over de bio-industrie.
MAUD
Ik had mijn moeder net aan de
lijn.
Daan en Gerard kijken op.
DAAN
Grote Oma?
MAUD
Grote Oma is back in town. En
ze wil vanavond langskomen.
DAAN
Schuttersputjes graven
jongens. Move move move.
GERARD
Vanavond? Komt ze eten?
MAUD
Ja.
GERARD
O.
DAAN
Wat komt ze doen?
MAUD
Ze heeft gehoord dat je een
vriendin hebt en nu wil ze d'r komen bekijken.
DAAN
Wie zegt dat ik een vriendin
heb?
MAUD
Wou je zeggen dat je geen vriendin hebt dan?
DAAN
Nee,
je kan niet zeggen dat ik geen vriendin heb, maar je kan ook niet zeggen dat ik
wel een vriendin heb.
MAUD
Typisch mannelijk standpunt. Ontzettend macho.
GERARD
Goed hè? Is mijn zoon.
MAUD
Inke is jouw vriendin, Daan.
En grote oma wil d'r komen bekijken.
GERARD
Dat klinkt als een soort
vleeskeuring.
MAUD
Dat is het natuurlijk ook.
DAAN
Ze komt vanavond al?
MAUD
Eind
van de middag.
Even vallen ze
stil.
GERARD
Poe poe.
DAAN
Zeg dat wel.
MAUD
Ja,
het is pittig.
In deze toch wat
beklemmende stilte komt Inke binnen. Door de achterdeur. Men kijkt haar aan.
Eerst heeft ze nog niks in de gaten.
INKE
Hai.
MAUD
Hai.
GERARD
Hai.
DAAN
Hai.
Inke
zet haar tas neer, trekt haar jas uit en voelt dan dat er iets is.
INKE
Is er
iets?
DAAN
Ehh…
GERARD
Ja, hoe leg je zoiets
uit?
INKE
Is er iemand dood? Iemand zwanger? Ik?
MAUD
Inke,
ik denk dat het goed is dat wij even een gesprek onder vier ogen hebben.
INKE
Ik
hoef toch niet weg?
GERARD
Nee nee nee.
MAUD
Nee, ik moet je ergens op
voorbereiden. En ik denk dat het goed is als we daar even rustig over praten.
GERARD
Ik
denk ook dat dat goed is.
DAAN
En dan is het misschien een
idee dat ik een weekje bij een vriend ga logeren of zo?
MAUD
Absoluut niet. Je blijft er bij.
INKE
Waarbij?
DAAN
Grote oma komt vandaag.
INKE
Wie
is dat?
GERARD
Grote oma is..eh..
DAAN EN MAUD
Grote oma!
INKE
Leuk!
Men
kijkt wat pijnlijk.
MAUD
Zo leuk is het niet.
INKE
Nee?
MAUD
Ik
kan wel iets noemen dat leuker is.
INKE
O.
MAUD
Een wortelkanaalbehandeling
bijvoorbeeld.
GERARD
Zonder verdoving.
DAAN
Door een dierenarts.
Scène 4.
Maud en Inke in de therapieruimte.
INKE
Maar
wat is daar dan zo erg aan?
MAUD
Mijn moeder is iemand die zegt
wat ze denkt.
INKE
O jee. [Second thought] Is dat erg?
MAUD
Als
mensen gaan zeggen wat ze denken, dan gaan we los, dan is de ellende niet te
overzien. Jij zegt toch ook niet tegen iemand met vieze gele tanden wat heeft u
vieze gele tanden? Jij zegt toch ook niet tegen een moeder met een domme
irritante kutkoter wat heeft u een domme irritante kutkoter?
INKE
En
dat doet zij allemaal wel?
MAUD
Ja.
INKE
Kan
ook leuk zijn.
MAUD
Geloof me, het is niet leuk. Ze heeft vroeger al mijn
vriendjes gekeurd en die zijn allemaal gillend weggerend.
INKE
Behalve de vader van Julia dus.
MAUD
Behalve de vader van Julia en
daar ben ik toen van schrik maar meteen mee getrouwd en dat had ik dus nooit
moeten doen. Dus eigenlijk is het gewoon allemaal haar schuld. Verrek ja, het is
eigenlijk allemaal haar schuld.
INKE
Maar wat doet ze dan? Is ze
heel erg kritisch of zo?
MAUD
Heeft een olifant een lange
snuit? Is de paus katholiek? Kan Pieter van de Hoogeband zwemmen?
Reactie Inke. Ze begrijpt het.
Scène 5.
Gerard en Daan in de keuken. Gerard klapt daar het boek
dicht.
GERARD
Oké. Ik heb besloten.
DAAN
Sommige hebben een kleintje en
anderen hebben een grote.
GERARD
Ik doe het niet meer.
DAAN
Wat
doe je niet meer?
GERARD
Iets eten dat leeft.
DAAN
Ik heb nog nooit iets gegeten
dat leeft.
GERARD
Iets eten dat geleefd heeft, bedoel ik.
DAAN
Word
je vegetauriër?
GERARD
Het is een besluit en daar kom ik niet op terug. Wat je
allemaal leest over die bio-industrie, dat is allemaal zo vreselijk. Ik eet
gewoon nooit meer vlees.
DAAN
Wat dan wel?
GERARD
Er
bestaat toch ook zoiets als brood en fruit en groente?
DAAN
O god
nee. Dus vanavond eten we vooraf broccolisoep, da arna broccoli met broccoli en
broccoli en dan broccolipudding toe.
GERARD
Maak je geen zorgen, we gaan
heel gevarieerd eten.
DAAN
Tuurlijk. We eten de broccoli met mes en vork, met de
handen, via een infuus. Noem maar op.
GERARD
Ik heb besloten. Klaar.
DAAN
Je
weet dat mensen die dat doen altijd heel erg bleek zijn en de hele dag scheten
lopen te laten?
GERARD
Je gaat toch geen scheten laten van geen vlees eten?
DAAN
Nee,
van kikkererwten. Als je geen vlees eet, ga je kikkererwten eten. En zeewier. En
schaamhaar van struisvogels en zo!
Scène 6.
De zitkamer. Daan met Inke en Maud die net van de gang
komen. Daan heeft net verteld van Gerard. Dat ie geen vlees meer eet.
MAUD
Dat
meen je niet.
DAAN
Ik meen het wel.
INKE
Ik ben het er wel mee eens.
MAUD
Maar
ik niet.
Ze loopt naar de
keuken waar Gerard bezig is met voorbereidingen voor het eten.
MAUD
Wat
hoor ik nou? Eet jij geen vlees meer?
GERARD
Nee.
MAUD
Waarom niet?
GERARD
Omdat het zielig is.
MAUD
Gisteren niet, maar vandaag is het opeens zielig?
GERARD
Vandaag ben ik het me bewust geworden. Vandaag is het Woord
vleesgeworden, zeg maar. We leven in een vrij land. Als ik geen vlees meer wil
eten, dan eet ik geen vlees meer.
MAUD
Vind je dat niet een
beetje…eh..?
GERARD
Een beetje wat?
MAUD
Geen vlees eten, dat vind ik
iets voor meisjes van zestien. Niet voor een volwassen man.
GERARD
Wat
is dat nou voor onzin? Wat heeft leeftijd er nou mee te maken?
Maud ziet wat hij aan het maken
is.
MAUD
Wat maak je?
GERARD
Een groenteschotel met ei en
linzen.
MAUD
Een groenteschotel met ei en linzen?
GERARD
Een
groenteschotel met ei en linzen ja. Iets op tegen?
MAUD
Voor jezelf is dat? En voor
ons gooi je straks de tournedootjes sissend in een pakje gesmolten roomboter,
toch ?
GERARD
Nee, dit eten we allemaal vanavond.
MAUD
Ho
even. Omdat jij opeens soft vegetarisch bent zijn wij het ook?
GERARD
Dat
kan ik niet van jullie eisen.
MAUD
Dat dacht ik ook.
GERARD
Ik
maak het alleen niet meer. Ik bak en braad geen lijken meer.
MAUD
Lijken?
GERARD
Zo'n kip is gewoon een
kaalgeplukt en leeggehaald lijk. Zo is het.
MAUD
Je slaat door, schat. Zoals
gewoonlijk.
GERARD
Hoe zou jij het vinden om kaal en naakt uit de diepvries te
worden gehaald om een kastanjevulling en een bos peterselie in je reet gepropt
te krijgen?
MAUD
Weer eens wat anders in ieder geval. Je bent gestoord,
Geer. [Ziet de eieren] O, maar je eet wel ei? Dat zijn embryootjes hè? Eten we
gebakken embryootjes of gekookt? Dan moet je ook consequent zijn. Dan ook geen
eieren.
GERARD
Oké. Prima. Gaan die eieren ook weg.
En hij gooit ze zo in de
vuilnisbak.
GERARD
Zo. Een ei hoort er niet meer bij.
DAAN
Dat
vind ik nou eigenlijk nog erger. Ik bedoel, wat zou jij liever willen, dat je in
schijfjes in een groenteschotel met linzen ging of dat je moest wegrotten in de
vuilnisbak?
MAUD
En ook geen vis en ook geen schoenen en geen broekriem,
want dat is ook allemaal van dieren gemaakt.
GERARD
Prima. Je hebt helemaal
gelijk.
Hij schopt zijn
schoenen uit en trekt zijn riem uit zijn broek. Die hij nu met één hand moet
ophouden.
GERARD
Ik zal consequent zijn. Geen probleem.
DAAN
Is
dat nou niet veel moeilijker, vegetarisch koken?
GERARD
Waarom zou dat moeilijker
zijn?
DAAN
Ik weet het niet. Omdat je maar één hand kan gebruiken?
Scène 7.
De zitkamer. Later. Daan en Maud zitten op Inke in te
praten.
MAUD
Misschien is het gewoon het beste als je in het begin zo
min mogelijk zegt.
DAAN
Of alleen kleine dingetjes.
MAUD
'Wil je nog koffie?'
DAAN
'Graag.'
MAUD
'Nog een koekje?'
DAAN
'Alstublieft.'
MAUD
Zeg nooit: ik ben moe.
DAAN
Of:
ik vind dat niet leuk.
MAUD
Of: getver het regent.
DAAN
Of ik verveel me.
MAUD
Oeee
nee, zeg nooit: ik verveel me.
DAAN
Nooit.
INKE
Maar
wat gebeurt er dan als je dat allemaal wel zegt?
MAUD
Dan krijg je een preek van een
half uur. Vol beledigingen en onderhuidse steken onder water.
DAAN
EN
onderhuids En onder water.
INKE
Wauw. Maar waar gaat die preek
dan over?
DAAN
Over vroeger.
MAUD
En over hoe zij dat allemaal
veel beter deed.
DAAN
En nog steeds.
MAUD
Nog steeds kan ze alles beter,
doet ze alles beter, weet ze alles beter. Terwijl ze wel de hele dag zegt: ik
bemoei me d'r niet mee hoor. En ze wil ook de hele dag verzorgd worden. Hapjes,
drankjes, taartjes, koekjes(, noem maar op). Maar ze zegt de hele tijd: nee, ik
hoef niks, laat maar.
DAAN
Ik denk dat het het beste is als je lief glimlachend op de
bank gaat zitten en gewoon helemaal niks zegt. Sowieso is dat goed.
MAUD
Ook
als ze iets vraagt. Gewoon niks zeggen en glimlachen. Dat is het beste.
DAAN
Maar
blijven glimlachen!
MAUD
Oké?
INKE
Oké. Best.
DAAN
Doe
eens voor.
INKE
Zo?
Ze
glimlacht.
DAAN
Prima. Niks meer aan doen. Hou dat vast!
Daan brengt zijn duimen en
wijsvingers bij elkaar en doet alsof hij het gezicht van Inke op de foto wil
vastleggen.
Scène 8.
Maud laat Virginie, grote oma, binnen door de voordeur. De
deur naar de zitkamer is dicht. Maud praat wat gedempt.
MAUD
Kom
binnen, mam.
VIRGINIE
Wat stinkt het hier in de buurt, zeg.
MAUD
Dat
was de vorige keer ook zo. Dat zei je de vorige keer ook.
VIRGINIE
Dan zeg ik het nu weer. Moet ik de hele dag gaan lopen
opletten of ik misschien iets zeg dat ik al eens eerder heb gezegd? Je vader zei
elke dag hetzelfde, 35 jaar lang. En ik heb 35 jaar geluisterd. En weet je
waarom?
MAUD
Voor mij, mam. Jullie zijn voor mij bij elkaar gebleven.
VIRGINIE
Bottom line: ja. Ik bedoel, als je aan een gezin begint,
moet je het ook afmaken. Ik had liever je vader afgemaakt dan het gezin, maar
goed. Dat is nakaarten. Is het nieuwe meisje thuis?
Maud pakt haar jas aan.
MAUD
Ze is thuis, mam, maar ik wil
even iets met je afspreken van tevoren.
VIRGINIE
Wat doe ik nou weer
verkeerd?
MAUD
Inke is een lief en kwetsbaar meisje en de liefde met Daan
is nog vers en broos, dus je zou me een groot plezier doen als je…
VIRGINIE
Hoe heet ze? Hinke?
MAUD
Inke.
VIRGINIE
Inke? Wat is dat nou voor naam?
MAUD
Zo heet ze.
VIRGINIE
Wie noemt zijn dochter nou Inke?
MAUD
Haar
ouders. Maar dit is precies wat ik bedoel, mam.
VIRGINIE
Ik heb jou gewoon Maud
genoemd. Als je een jongen was geweest, was het Henk geworden. Of Frans. Of
Pieter. Een gewone naam. Geen Freek-Balthazar-Edwin. Of Gert-Joost-Jonathan. Dat
soort onzin.
MAUD
Mam, mag ik even? Inke is een gevoelig meisje. Zou je zo
vriendelijk willen zijn geen commentaar te geven of d'r naam, d'r kleding, hoe
ze praat, hoe ze lacht, hoe ze beweegt en hoe ze met 'r ogen knippert. Wil je
dat doen, alsjeblieft?
VIRGINIE
Ik doe helemaal niks. Ik
kom gewoon kijken naar mijn aanstaande kleinschoondochter. Of mag dat ook al
niet?
MAUD
Het is niet je aanstaande kleinschoondochter, mam.
VIRGINIE
Is het niet serieus? Waar doe ik dan al die moeite voor?
MAUD
Jij
wou komen! Het is gewoon zijn vriendinnetje. Verder niks. Oké?
VIRGINIE
Oké oké. Rustig. Wat ben je opgefokt, meisje. Komt dat nou
allemaal door mij? Wat een onzin. Ik ben geen terrori st.
MAUD
Gelukkig maar. Voor Bin Laden.
VIRGINIE
Wat zeg je?
MAUD
Binnen. Ik wil je binnen laten. Kom binnen.
Reactie Virginie.
Scène 9.
Iets later. De zitkamer. Men zit daar gespannen klaar met
de thee. Inke op haar paasbest, met een ijzeren glimlach om de mond. Maud en
Virginie zijn net binnengekomen. Virginie geeft Inke net een hand.
VIRGINIE
Inke? Leuke naam. Inke, schattig.
Ze werpt een blik naar Maud en
gaat zitten.
VIRGINIE
Zit ik hier, Govert?
GERARD
Gerard. Ja Virginie. Dat is
prima, ga maar zitten. Kopje thee?
VIRGINIE
Als het er af kan.
Ze gaat zitten. De anderen ook.
Gerard schenkt haar thee in. En babbelt om de sfeer er in te houden.
GERARD
Zohoo. Kopje thee. Net gezet. Mango met bosvruchten. Altijd
goed. Eeuwig succesnummer. En ik heb kokosmakronen. Wie wil d'r een
kokosmakroon?
Niemand
antwoordt. Ze luisteren niet.
GERARD
Nou graag, Harold.
En hij neemt er zelf een. Hapt en
eet.
GERARD
Heerlijk, die kokosmakronen. Waar haal je die nou, Helmert?
Bij het bakkertje. O, bij het bakkertje. Ja, bij het bakkertje. Mmm. Heerlijke
kokosmakronen.
Hij valt stil.
Stilte.
GERARD
Zo. Gezellig.
Virginie kijkt naar Inke die haar beste glimlach op zet.
Virginie gooit een gemaakte grijns terug.
Scène 10.
De keuken. Rustig gebabbel klinkt in de voorkamer. Het
voorgerecht staat klaar. Gazpacho. Gerard schept het net in de borden. Daan
staat bij hem.
DAAN
Gaat goed hè?
GERARD
Heel goed.
DAAN
Ik
heb 'r nog nooit zo stil meegemaakt. Ze zegt bijna niks.
GERARD
Ik
geloof dat Maud er even geïnstrueerd heeft van tevoren. [Hij roept naar de
kamer.]
Komen jullie eten, vrienden? De soep is
opgediend.
VIRGINIE
[Buiten beeld] Mag ik blijven eten? Toe maar.
DAAN
Een
beetje gek is het wel. Ik bedoel, zo ken ik er niet. Het voelt toch een beetje
zoals de tsunami. Dat de zee dan eerst heel rustig wordt en zich terugtrekt om
daarna keihard aan te vallen.
GERARD
Ach nee, ben je gek.
Eigenlijk is het een schat van een vrouw.
Het gezelschap komt de keuken binnen.
VIRGINIE
Zo. Wat heb je voor ons gemaakt, Eimert?
GERARD
Gerard. We beginnen met gazpacho.
VIRGINIE
Gats. Met pasto?
GERARD
Gazpacho. Spaanse
tomatensoep
VIRGINIE
Wat is er mis met de Hollandse?
GERARD
Niks. Maar dit is ook heel
lekker. Is kouwe soep.
VIRGINIE
Ja logisch. Als het
helemaal uit Spanje komt.
Ze
gaat zitten.
MAUD
Gerard is macro vegetarisch geworden, mam.
VIRGINIE
Wie is Gerard?
GERARD
Ik ben Gerard.
VIRGINIE
Och ja natuurlijk. Wat ben je geworden?
GERARD
Vegetarisch. [Wat nerveus] Ga zitten, jongens. Enjoy,
enjoy.
VIRGINIE
Vegetarisch? Je bent toch een man van vlees en bloed?
MAUD
Zullen we het gezellig houden, mam?
VIRGINIE
Ik zeg toch niks tegen dat meisje? Tegen Evert mag ik toch
wel wat zeggen?
GERARD
Gerard.
MAUD
Hij heet Gerard.
VIRGINIE
Dat krijg je. Als ik nooit iets tegen 'm mag zeggen, dan
vergeet ik zijn naam. Dan raak ik er uit.
MAUD
Wat is dit weer voor
redenering?
GERARD
Jongens jongens jongens. Laten we het gezellig houden. Ga
eten. Proef het maar eens, Virginie. Misschien vind je het best lekker. Het is
berengezond. En je mag me Govert, Evert, Helmert, Eikelt of Zundert noemen, dat
maakt me allemaal niet uit. Oké?
VIRGINIE
Fijn.
GERARD
Smakelijk eten.
ALLEN BEHALVE VIRGINIE
Smakelijk
eten. Bon appetit etc.
VIRGINIE
Maar ik mag toch wel wat
zeggen bij het eten? Mensen converseren tijdens de maaltijd. Dat is heel
normaal.
GERARD
Je mag alles zeggen. Zeg maar wat je wilt.
VIRGINIE
Ja nee, nou hoeft het niet meer. Ik zal me maar op de soep
van Sinterklaas storten. Voordat ie warm wordt.
Ze eten.
GERARD
En?
VIRGINIE
En wat?
GERARD
[Vraagt Virginie] Hoe vind
je het? De soep?
VIRGINIE
Mwa.
GERARD
Kijk eens aan. Dat valt dan
weer mee.
Hij houdt de moed er
in. Men eet.
VIRGINIE
Maar luister nou eens, Volkert.
GERARD
Gerard.
VIRGINIE
Gerard. Je bent een man. Toch? Dus ben je een roofdier. Dat
is je natuur.
MAUD
Ik vind Gerard geen roofdier.
VIRGINIE
Alle mannen. Ik vind als
je als man geen vlees eet, dan ben je een mietje.
GERARD
[Houdt zich in en wuift Maud
stil] Ach ja, en zo hebben we allemaal recht op onze opinie.
VIRGINIE
Een man moet zijn tanden in een karkas zetten, dat hij met
zijn kaken versplintert. En waar hij dan het leven uitzuigt.
GERARD
Een
kruimig aardappeltje is ook best lekker hoor.
VIRGINIE
Wat eten we hierna?
Worteltaart?
Inke ergert
zich.
GERARD
Zoiets. Heb je gezien hoe die gazpacho eruit ziet? Net
bloed. Mmmm.
Hij eet.
VIRGINIE
Je weet dat als je geen vlees eet dat je dan in bed ook
niks meer presteert hè? Op den duur.
GERARD
Nee, dat weet ik niet.
MAUD
Mam.
VIRGINIE
Dat is zo. Een man moet
stijf staan van de adrenaline. De angst van het gestorven dier, dat zit in het
bloed van het beest en dat komt dan in zijn bloed en dan komt het beest in hem
naar boven en dan sleurt hij jou zijn grot binnen en zo blijft de soort in
stand. Als ie geen vlees eet, komt er niks van terecht.
Heel even stil. Dan:
INKE
Wat
een gelul zeg.
Allen verstijven
en kijken naar Inke.
VIRGINIE
Sorry?
INKE
Wat
een bullshit. Ik bedoel, ik vind alles best, maar er zijn grenzen.
VIRGINIE
Het is zo. Mannen die geen vlees eten…Ommert…
INKE
[Valt
haar in de rede] We gaan nu eten. Ommert hier heeft een paar uur in de keuken
gestaan, dus nu even dimmen en happen. Oké?
Reactie Virginie. Te verbaasd om iets te zeggen.
Scène 11.
De zitkamer. Na het eten. Men drinkt nog wijn door. Inke en
Virginie tegen elkaar. Het gaat er pittig aan toe.
VIRGINIE
Het is gewoon zo. Mannen
die geen vlees eten kunnen niks klaarmaken. Mauds vader heeft ook zo'n periode
gehad. Hij zag me niet eens liggen.
INKE
Kan natuurlijk ook door iets
anders zijn gekomen.
VIRGINIE
Door wat dan?
INKE
Hoeveel jaar was u toen getrouwd?
VIRGINIE
Weet ik veel. Honderdzestig of zo.
INKE
Misschien had ie na honderdzestig jaar niet zo'n zin meer.
Dat zou ook kunnen.
VIRGINIE
Maar toen ie nog vlees at sprong ie nog van het ene
nachtkastje naar het andere!
MAUD
Nooit iets van gehoord.
INKE
En
toen ging ie geen vlees eten en toen zei u meteen dat u dat mieterig vond?
VIRGINIE
Ja natuurlijk. Een man eet vlees. Kom op nou.
INKE
Als u
'm een mietje noemt, dan is dat natuurlijk niet echt motiverend. Misschien dat
ie daarom geen zin meer had. Dat kan natuurlijk ook.
GERARD
Vegetariërs doen het ook,
hoor. Echt waar. Geloof me.
MAUD
Ja mam, ik denk inderdaad niet
dat het klopt wat je zegt. Anders zou daar heus wel iets over bekend zijn.
VIRGINIE
O
nou is iedereen opeens tegen me?
DAAN
Ik niet hoor. Het maakt mij
niet uit.
VIRGINIE
Het maakt hem allemaal niet uit. Hij heeft alleen maar
groentesoep en worteltjestaart gegeten. Er zit totaal geen pit in die jongen.
INKE
Wat
weet u daarvan? Hij barst van de pit.
DAAN
Als je pit wil hebben, moet je
bij mij zijn.
VIRGINIE
Ik vind de mannen in dit huis geen echte mannen. Dat is
gewoon zo. De vrouwen zijn hier de baas. Dat is duidelijk.
INKE
O, en
dat was vroeger bij u thuis anders? Uw man was de baas? Laat me niet lachen.
VIRGINIE
Wat weet jij daar van? Wat ben jij een ongelofelijke
wijsneus zeg, op jouw leeftijd. Wat weet je d'r van?
INKE
Misschien niet zoveel. Maar
als je op mijn leeftijd bullshit uitkraamt is dat wel even iets anders dan op uw
leeftijd. Dus misschien moet u een beetje dimmen, oma. Oké?
Die komt aan. Virginie kijkt haar
aan. Even stil. Dan:
VIRGINIE
Goed wijf ben jij zeg.
En ze steekt haar duim naar Daan
op.
VIRGINIE
Goed gedaan, Daan.
Scène 12.
De keuken. Iets later. Binnen klinkt hard gelach en
gepraat. Men heeft duidelijk lol. Gerard staat bij de ijskast en eet stiekem een
paar plakjes rosbief. Maud komt binnen en ziet het.
MAUD
Wat doe jij?
GERARD
Ja,
ik eh..voelde me een beetje flauw. Ik had zin in eh…
MAUD
Vlees. Bloed, karkas, heilzame
lichaamssappen.
GERARD
Ja.
MAUD
Wauw. Zullen we vroeg naar bed
gaan?
Ze lachen. Tune gaat
lopen.
Einde.
In de opgenomen aflevering volgt hier dan nog een korte
scène na, die doorloopt tijdens de aftiteling en die buiten het verhaal staat.
Maud en Gerard praten nog na in bed.